Het kabinet steunt onderdelen van het Europese Omnibusvoorstel Directe Belastingen die het concurrentievermogen versterken en administratieve lasten verminderen. Tegelijkertijd wil het ruimte behouden voor effectieve maatregelen tegen belastingontwijking en wegen of de baten opwegen tegen de budgettaire gevolgen.
De Europese Commissie wil met het voorstel het EU-concurrentievermogen versterken door bestaande richtlijnen te vereenvoudigen en nieuwe beleidsmaatregelen, zoals een R&D-aftrek, te introduceren. Het kabinet steunt onder meer het vereenvoudigen van procedures in de Moeder-dochterrichtlijn en Interest- en royaltyrichtlijn. Het wegnemen van bronbelastingen kan grensoverschrijdende financiering goedkoper en eenvoudiger maken en de toegang van ondernemingen tot kapitaal verbeteren.
Ook steunt het kabinet harmonisatie van de drempels in de generieke renteaftrekbeperking naar € 3 miljoen en 30% van de gecorrigeerde winst. Dit draagt volgens het kabinet bij aan een Europees gelijk speelveld en het vestigingsklimaat. Uitzonderingen op deze renteaftrekbeperking moeten echter optioneel blijven, zodat lidstaten een eigen afweging kunnen maken.
Antimisbruikmaatregelen versterken
Het kabinet vindt dat het huidige voorstel nog te veel lacunes laat bestaan en daarmee onvoldoende effectief is tegen misbruik. Daarom zal Nederland in de onderhandelingen inzetten op versterking van antimisbruikmaatregelen. Ook moet de reikwijdte van vrijstellingen beter tot de interne markt worden beperkt en moeten lidstaten voldoende ruimte behouden om belastingontwijking tegen te gaan.
R&D-aftrek als aanvulling
De voorgestelde R&D-investeringsaftrek vormt volgens het kabinet een waardevolle aanvulling op bestaande instrumenten zoals de WBSO en innovatiebox. De regeling stimuleert investeringen in materiële activa die noodzakelijk zijn voor R&D, zoals laboratoria en onderzoeksfaciliteiten, en kan belastingplichtigen een liquiditeitsvoordeel bieden.
De uiteindelijke beoordeling hangt mede af van de budgettaire gevolgen. Het kabinet wil bezien of het versterken van het concurrentievermogen, het aantrekken van innovatieve investeringen en de verlaging van regeldruk opwegen tegen de benodigde budgettaire dekking. De uitkomsten van de EU-wetenschapstoets worden gebruikt voor verdere positiebepaling; daarna volgt nader onderzoek door het CPB of een ander extern bureau.






Geef een reactie