Nederland heeft als woonstaat het exclusieve heffingsrecht over een Belgisch pensioen en een Belgische verzekeringsuitkering. De in België ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft daarom geen recht op Nederlandse voorkoming van dubbele belasting.
Een in Nederland wonende man ontvangt in 2020 een pensioen van de Belgische Federale Pensioendienst en een uitkering van KBC Verzekeringen. Volgens gegevens van de Pensioendienst ontvangt hij € 44.014 aan pensioen, terwijl hij in zijn aangifte slechts € 970 aangeeft. Daarnaast ontvangt hij uiteindelijk € 43.043 van KBC, waarop € 7.171 Belgische bedrijfsvoorheffing is ingehouden. De inspecteur rekent beide bedragen tot het belastbare inkomen uit werk en woning en verleent geen voorkoming van dubbele belasting. In bezwaar wordt het inkomen vanwege de lagere KBC-uitkering verminderd. In beroep stelt de man onder meer dat het pensioen te hoog is vastgesteld en dat rekening moet worden gehouden met de in België betaalde belasting.
Nederland heeft het heffingsrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat volgens het belastingverdrag tussen Nederland en België het heffingsrecht over het pensioen en de verzekeringsuitkering uitsluitend aan woonstaat Nederland toekomt. Niet is gebleken dat aan de voorwaarden is voldaan waardoor België als bronstaat mag heffen. De rechtbank volgt daarnaast het renseignement van de Belgische Pensioendienst waaruit blijkt dat de man € 44.014 aan pensioen heeft ontvangen. De overgelegde bankafschriften maken niet aannemelijk dat hij slechts € 970 heeft ontvangen. De in België ingehouden bedrijfsvoorheffing van € 7.171 leidt evenmin tot een vermindering van de Nederlandse belasting, omdat Nederland geen voorkoming van dubbele belasting hoeft te verlenen.
Wet: art. 18 Verdrag Nederland-België
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-10-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:9674, BRE 25/7 | NDFR






Geef een reactie