Werknemers met een flexibel contract krijgen meer zekerheid over hun inkomen en werktijden. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet meer zekerheid flexwerkers.
Nederland telt met 2,7 miljoen flexwerkers relatief de meeste werknemers met een flexibel contract binnen de Europese Unie. Dat komt neer op bijna drie op de tien werkenden. Het wetsvoorstel moet daar verandering in brengen door strengere regels voor tijdelijke contracten en meer bescherming voor oproep- en uitzendkrachten. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, treedt de wet op 1 januari 2028 in werking.
Strengere regels voor tijdelijke contracten
Met de nieuwe wet wordt vastgelegd dat tijdelijke contracten bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Werkgevers moeten werknemers sneller een vast contract aanbieden en kunnen hen niet meer na zes maanden opnieuw een tijdelijk contract geven.
Daarnaast heeft de Tweede Kamer het voorstel aangepast: na drie tijdelijke contracten mag een werknemer pas na drie jaar opnieuw een tijdelijk contract krijgen. In het oorspronkelijke voorstel was die periode nog vijf jaar.
Nulurencontracten verdwijnen
De huidige nulurencontracten maken plaats voor zogenoemde bandbreedtecontracten. Daarbij worden een minimum- en maximumaantal uren afgesproken, waarbij het maximum niet hoger mag zijn dan 130 procent van het minimum.
Bijvoorbeeld: bij een minimum van 10 uur mag een werknemer maximaal voor 13 uur worden ingepland. Werk boven dat maximum mag worden geweigerd. Werkt iemand structureel meer uren, dan moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren.
Voor AOW-gerechtigden blijft het oproepcontract wel mogelijk. Deze uitzondering gold al voor jongeren, scholieren en studenten met een bijbaan.
Meer bescherming voor uitzendkrachten
Ook uitzendkrachten krijgen meer bescherming. Zij moeten voortaan minimaal gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden krijgen als werknemers die rechtstreeks in dienst zijn. Voor loon gold dit al op basis van Europese rechtspraak; nu wordt dit uitgebreid naar alle arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wet.
Daarnaast worden de fases waarin uitzendkrachten weinig zekerheid hebben verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Daarmee moet sneller meer stabiliteit ontstaan voor mensen die via een uitzendbureau werken. De Tweede Kamer voegde bovendien een bepaling toe waarmee de minister kan ingrijpen bij structurele onderbetaling in de uitzendsector.
Onderdeel van bredere hervorming arbeidsmarkt
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een groter pakket hervormingen van de arbeidsmarkt. Die moeten zorgen voor meer zekerheid voor werknemers en tegelijkertijd voldoende flexibiliteit voor werkgevers behouden.
De plannen zijn gebaseerd op afspraken die het kabinet in 2023 maakte met vakbonden en werkgevers, en bouwen voort op het rapport van de commissie-Borstlap uit 2020 en het SER-advies uit 2021. Dit is het eerste grote wetsvoorstel uit het arbeidsmarktpakket dat door de Tweede Kamer is aangenomen.





Geef een reactie