Een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde unit-linked verzekeraar heeft recht op teruggaaf € 53,8 miljoen aan dividendbelasting. Op grond van het Unierecht mag zij niet zwaarder worden belast dan een vergelijkbare, in Nederland gevestigde vennootschapsbelastingplichtige.
De verzekeraar is in het VK geregistreerd als verzekeringsmaatschappij en sluit overeenkomsten met institutionele pensioenverzekeraars en werkgevers, aangeduid als unit-linked polissen. De ontvangen premies worden belegd in effectenmandjes, waaronder aandelen in Nederlandse vennootschappen. Op de uitgekeerde dividenden is 15% Nederlandse dividendbelasting ingehouden. De verzekeraar kan de ingehouden dividendbelasting in het VK niet verrekenen. De verzekeraar verzoekt om teruggaaf over de jaren 2003 tot en met 2010. De inspecteur wijst alle verzoeken af. In geschil is of de verzekeraar recht heeft op teruggaaf.
Opbrengst- en uiteindelijk gerechtigde
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de verzekeraar de opbrengstgerechtigde is tot de dividenden. De effectenmandjes hebben uitsluitend een boekhoudkundige functie en vormen geen afgescheiden vermogen. Uit de polisvoorwaarden volgt dat de verzekeraar de ‘absolute beneficial owner’ is en de volledige zeggenschap heeft over de beleggingen. De polishouders hebben slechts een afgeleid economisch belang. Ook is de verzekeraar de uiteindelijk gerechtigde: de inspecteur maakt niet aannemelijk dat de verzekeraar geen vrije beschikkingsmacht heeft over de dividenden. Dat de verzekeraar handelt binnen afgesproken risicoprofielen en de herinvesteringen heeft uitbesteed, doet hieraan niet af.
Drukvergelijking geeft recht op teruggaaf
De verzekeraar is niet vergelijkbaar met een in Nederland vrijgesteld pensioenfonds, omdat zij niet voldoet aan kernvoorwaarden zoals de werkzaamhedeneis en de winstbestemmingseis. Op grond van het Unierecht heeft zij echter wél recht op teruggaaf via de drukvergelijking. Het hof had eerder prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de EU, dat op 7 november 2024 oordeelde dat art. 63 VWEU eraan in de weg staat dat op de verzekeraar 15% dividendbelasting drukt, als een vergelijkbare ingezeten vennootschapsbelastingplichtige effectief geen dividendbelasting draagt. Dat is hier het geval: een in Nederland gevestigde vennootschap in dezelfde situatie zou vanwege het rechtstreekse verband tussen de dividendinkomsten en de toename van haar verplichtingen jegens polishouders geen vennootschapsbelasting zijn verschuldigd, zodat de dividendbelasting volledig verrekenbaar en teruggaafbaar zou zijn. Het hoger beroep is gegrond.
Wet: art. 1 en art. 10 Wet DB 1965; art. 5 en art. 8 Wet Vpb 1969; art. 63 VWEU
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 22-04-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1082, 20/535 tot en met 20/542 | NDFR





Geef een reactie