A-G Ettema adviseert de Hoge Raad om het geding te schorsen en het Hof van Justitie te vragen of een pensioenpremie vooraf is betaald als pensioenrechten niet afhankelijk mogen zijn van betaling.
Een ondernemingspensioenfonds voert voor werkgevers een Collective Defined Contribution-regeling uit. Het gaat om een middelloonregeling met aanspraken op ouderdomspensioen, partnerpensioen, wezenpensioen en arbeidsongeschiktheidspensioen. Over het eerste kwartaal van 2019 brengt het fonds omzetbelasting in aftrek op kosten voor onder meer accountants, actuarissen en software voor salaris- en pensioenadministratie. De inspecteur weigert de gevraagde teruggaaf. Volgens het fonds is alleen de opslag voor uitvoeringskosten belast en vormt de rest van de premie geen vergoeding voor een prestatie. Rechtbank Noord-Holland en Gerechtshof Amsterdam zien de pensioenuitvoering juist als één prestatie. Het hof oordeelt dat deze prestatie onder de verzekeringsvrijstelling valt.
Twijfel over vooraf betaalde premie
Volgens A-G Ettema hoeft een pensioenfonds niet het volledige risico van deelnemers over te nemen om een verzekeringshandeling te verrichten. Ook hoeft een fonds dat geen formele verzekeraar is, niet per se gebruik te maken van een verzekeraar. Wel twijfelt de A-G over de eis van voorafgaande betaling van een premie. De werkgever moet de premie betalen, maar het pensioenfonds mag de opbouw en uitkering van pensioen in beginsel niet weigeren alleen omdat geen premie is betaald. Daarom is volgens de A-G niet buiten redelijke twijfel of de verzekeringsvrijstelling hier geldt.
Als de Hoge Raad ervan uitgaat dat wel sprake is van voorafgaande premiebetaling, faalt het cassatieberoep volgens de A-G. Dan verricht het fonds een vrijgestelde verzekeringsdienst en bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting. Als de vrijstelling niet geldt, vormt volgens de A-G de gehele premie de maatstaf van heffing, niet alleen de opslag voor uitvoeringskosten. Ook het beroep op PPG Holdings (ECLI:EU:C:2013:526) slaagt niet. In die zaak waren de kosten aan de werkgever gefactureerd. Hier zijn de kosten aan het pensioenfonds zelf gefactureerd. Dat is een andere economische en juridische situatie.
De A-G geeft de Hoge Raad in overweging het geding te schorsen en een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen.
Wet: art. 11(1)k Wet OB
Bron: Parket bij de Hoge Raad, 15-05-2026, ECLI:NL:PHR:2026:488, 23/01314 | NDFR





Geef een reactie