De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs plaatst kanttekeningen bij de voorgestelde aanvullende verleggingsregeling en de invoeringsdatum van de vereenvoudigde ABC-levering. Volgens de NOB kunnen onderdelen van het wetsvoorstel eenvoudiger en duidelijker worden vormgegeven.
De NOB waardeert dat de plannen al in een vroeg stadium worden gedeeld, zodat ondernemers zich tijdig kunnen voorbereiden op de wijzigingen die voortvloeien uit de Europese ViDA-richtlijn.
Tegelijkertijd ziet de NOB nog verschillende aandachtspunten in het voorstel. Een belangrijk punt betreft de introductie van een aanvullende verleggingsregeling. Deze regeling houdt in dat in bepaalde situaties niet de verkoper, maar de koper de btw moet aangeven. Dat speelt bijvoorbeeld wanneer een buitenlandse leverancier in Nederland levert aan een andere buitenlandse ondernemer die beschikt over een Nederlands btw-nummer.
Nieuwe regeling naast bestaande regels
Volgens de NOB ontstaat hierdoor onzekerheid, omdat de nieuwe regeling naast bestaande bepalingen komt te staan zonder dat die bestaande regels worden aangepast. Daardoor kunnen transacties onder twee verschillende bepalingen tegelijk vallen. Dat gaat volgens de organisatie ten koste van de rechtszekerheid en de eenvoud voor ondernemers.
De NOB vraagt daarom of de wet zodanig kan worden aangepast dat de verschillende regels worden samengevoegd tot één duidelijke regeling. Daarmee zouden ondernemers eenvoudiger kunnen vaststellen welke btw-verplichtingen voor hen gelden.
Eerdere invoering van ABC-levering gevraagd
Daarnaast gaat het wetsvoorstel in op de zogenoemde vereenvoudigde ABC-levering. Daarbij zijn drie partijen in drie verschillende landen betrokken en worden goederen rechtstreeks vervoerd van land A naar land C. Door deze regeling hoeft de tussenhandelaar in land B zich niet te registreren in land C en wordt de btw verlegd naar de ondernemer in land C.
Volgens de NOB stelt Nederland op dit moment strengere voorwaarden aan deze regeling dan op grond van Europese regelgeving noodzakelijk is. Het wetsvoorstel corrigeert dit, maar laat de wijziging pas op 1 juli 2028 ingaan.
De NOB vraagt zich af waarom deze wijziging niet eerder kan worden ingevoerd. Ook vraagt de organisatie of ondernemers vooruitlopend op de wetswijziging alvast gebruik mogen maken van de Europese regels via een beleidsmaatregel.
Bron: NOB, 12 mei 2026





Geef een reactie