• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen gewekt vertrouwen over aftrek eigenwoningrente

28 juli 2026 door redactie

afspraken na ontbinding geregistreerd partnerschap vastleggen

Hof Den Haag oordeelt dat de man geen vertrouwen kan ontlenen aan het feit dat de inspecteur zijn aangiften over 2019 en 2021 zonder correctie heeft gevolgd. Dat de aanslag over 2021 door een administratieve fout conform de aangifte is opgelegd, maakt dat niet anders.

Een man is in 2017 gescheiden en blijft wonen in de voormalige echtelijke woning. In 2020 is hij voor 50% eigenaar van die woning. Zijn ex-partner, die er sinds 2018 niet meer woont, bezit de andere 50%. Pas op 12 december 2022 wordt de man voor 100% eigenaar. In zijn aangifte ib/pvv 2020 trekt hij de rente over twee eigenwoningschulden af, samen € 7.378. De inspecteur vraagt om een onderbouwing van de rente op een van de leningen en om informatie over de eigendom van de woning. Als die informatie uitblijft, wijkt de inspecteur van de aangifte af en corrigeert hij een deel van de afgetrokken eigenwoningrente. In geschil is of de inspecteur het vertrouwensbeginsel schendt en of de man daardoor recht heeft op een hogere aftrek van eigenwoningrente.

Geen weloverwogen standpuntbepaling

Het hof stelt voorop dat gerechtvaardigd vertrouwen afhangt van de vraag of de omstandigheden bij de man de indruk hebben kunnen wekken dat een door de inspecteur jarenlang gevolgde gedragslijn op een weloverwogen standpuntbepaling berust. Die indruk is hier niet gewekt. De aangifte over 2019 is niet uitgeworpen voor handmatige behandeling en heeft de inspecteur niet gecontroleerd. Voor 2021 heeft de inspecteur juist twee keer een voornemen tot afwijking gestuurd vanwege de eigenwoningrente, waarna de man verzocht deze procedure af te wachten. Dat de aanslag over 2021 vervolgens door een administratieve fout tóch conform de aangifte is opgelegd, is weliswaar onzorgvuldig, maar verandert daar niets aan. Gelet op de expliciete en niet-ingetrokken voornemens kon de man niet aannemen dat de inspecteur een weloverwogen tegengesteld standpunt had ingenomen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt.

Alleen renteaftrek over eigen 50%

De man stelt verder dat hij in 2020 de volledige, ook economische, eigendom van de woning bezat. Het hof onderschrijft het oordeel van Rechtbank Den Haag dat hij dat niet aannemelijk maakt. Doorslaggevend is dat partijen bij de uiteindelijke verdeling een woningwaarde van € 273.000 hanteren, terwijl in hun overzicht uit 2019 nog € 201.176 staat. Omdat de waardeverandering van de woning dus niet alleen de man aangaat, is het 50%-deel van zijn ex-partner voor hem geen eigen woning. Alleen de rente over zijn eigen deel van 50% is daarom aftrekbaar. In hoger beroep voert de man geen feiten of omstandigheden aan die tot een ander oordeel leiden. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Wet: Artikel 3.110 – Wet inkomstenbelasting 2001 | NDFR, Artikel 3.111 – Wet inkomstenbelasting 2001 | NDFR, en Artikel 3.119a – Wet inkomstenbelasting 2001 | NDFR

Bron: Gerechtshof Den Haag 9 juni 2026 (gepubliceerd 16 juli 2026), ECLI:NL:GHDHA:2026:2286, BK-25/654

Masterclass Fiscaliteiten in de Eigenwoningregeling

De afgelopen jaren is de fiscale wet- en regelgeving in de eigenwoningregeling op verschillende punten gewijzigd. Sommige regelingen zijn verre van begrijpelijk en lastig uitvoerbaar. Met name als partners samen een woning kopen en een hypotheekverleden hebben. Ook speelt het nieuwe huwelijksvermogensrecht een grote rol in de samenstelling van de nieuwe hypotheekconstructie en de gevolgen hiervan als partners uit elkaar gaan.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Standpunt inbrengvrijstelling bij onroerende zaken die geen functie meer vervullen in onderneming
Volgende artikel
Standpunt medische vrijstelling (schoonheidsspecialiste)

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

eigenwoningschuld

Standpunt oversluiten eigenwoningschuld en al verstreken looptijd

De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of sprake is van een eigenwoningschuld na het oversluiten van een eigenwoningschuld met een verstreken looptijd en tegelijkertijd het aangaan van een nieuwe annuïtaire schuld voor de verbouwing van de eigen woning waarbij beide schulden een looptijd van 360 maanden hebben.

hypotheek

Kamervragen flexibele hypotheken

Het kabinet erkent het belang van hypotheekproducten die aansluiten bij de levensfasen van mensen. Langere looptijden zijn al mogelijk, maar kunnen leiden tot hogere totale rentelasten en grotere financiële risico’s voor huishoudens.

startersvrijstelling

Geen aanleiding voor onderzoek naar familiehypotheken

Het kabinet ziet op dit moment geen aanleiding voor een afzonderlijk onderzoek naar familiehypotheken en schenk-leenconstructies. Bij een constructie waarbij vanaf het begin de bedoeling is dat de rente uit schenkingen wordt betaald, is de betaalde rente volgens de Belastingdienst niet aftrekbaar. Om aanspraak te maken op hypotheekrenteaftrek gelden voor een familiehypotheek in principe dezelfde... lees verder

waardering woning successiewet

Onjuiste waarderingsmethode leidt tot lagere WOZ-waarden

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarden van een woning niet mag onderbouwen met alleen een geïndexeerde eerdere waarde en een afschrijvingscorrectie. Voor woningen moet de waarde worden bepaald met de vergelijkingsmethode.

Fiscale Verzamelwet 2027: aanpassing WBSO en betaalbare koop

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer zijn antwoorden op vragen over de Fiscale verzamelwet 2027. Daarnaast geeft hij zijn appreciatie bij een ingediend amendement.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Fiscaliteiten in de Eigenwoningregeling

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×