Rechtbank Gelderland oordeelt dat een bankrekening met geld bestemd voor de aankoop van een nieuwe woning gewoon een bezitting in box 3 is. Tegenover de verplichting om de koopsom te betalen staat geen schuld, omdat daar het recht op levering van de woning tegenover staat.
Een vrouw verkoopt en levert op 21 oktober 2016 haar woning voor € 305.000 (woning 1). Op 28 oktober 2016 sluit zij een voorlopige koopovereenkomst voor een appartementsrecht van € 160.000 (woning 2), zonder ontbindende voorwaarden. De levering van woning 2 vindt pas plaats op 12 januari 2017; de koopsom van € 148.745,49 maakt de vrouw begin januari 2017 over. Op 1 januari 2017 heeft zij € 181.525 aan bank-, giro- en spaartegoeden, waarvan zij € 177.383 aan zichzelf toerekent. In geschil is of de vrouw tegenover het banktegoed een schuld voor de aankoop van woning 2 mag opnemen.
Geldbedrag blijft gewoon bezitting
De rechtbank stelt dat een geldbedrag op de peildatum altijd een bezitting is, ongeacht waar het geld vandaan komt of waarvoor het bestemd is. Het objectieve karakter van het begrip bezittingen verzet zich ertegen om herkomst of bestedingsdoel bepalend te laten zijn. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet: het is een redelijk onderscheid dat de wet aanknoopt bij wel of niet uitgegeven geld, omdat wie het geld nog in bezit heeft daar ook profijt van kan hebben.
Geen schuld tegenover koopovereenkomst
Volgens de rechtbank kan de betalingsverplichting uit de koopovereenkomst niet los worden gezien van het recht op levering van woning 2: het gaat om over en weer staande verbintenissen die niet uit elkaar te trekken zijn. Van een schuld in box 3 is dus geen sprake. Het beroep is uiteindelijk toch gegrond, maar alleen omdat de inspecteur ambtshalve het Besluit rechtsherstel box 3 heeft toegepast.
Wet: art. 5.3 Wet IB 2001
Bron: Rechtbank Gelderland, 24-06-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5017, ARN 23/2634 | NDFR





Geef een reactie