Inkomstenbelasting. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat de hoogte van de aanslag al tot de Hoge Raad is uitgeprocedeerd. De stelling van belanghebbende dat de Hoge Raad zou hebben beslist dt hij een onderneming drijft berust op een onjuiste lezing van de wrakingsbeslissing van de Hoge Raad. Dat zo zijnde is er geen reden voor het alsnog ambtshalve verminderen van de aanslag en kon…
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:7683&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken




Geef een reactie