Bij een uitdeling door een dochtervennootschap aan een in een lidstaat of verdragsstaat gevestigde moedervennootschap geldt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting, tenzij sprake is van misbruik. Wat precies misbruik vormt is nog niet geheel duidelijk. We weten dat sprake is van misbruik als de belastingplichtige de vrijstelling door een gekunstelde constructie wil veiligstellen terwijl toepassing van de vrijstelling in dat geval in strijd is met het doel van de EU-Moederrichtlijn (‘MDR’). Het probleem is dat we niet precies weten in welke gevallen het doel van de MDR wordt ondermijnd. De Hoge Raad had de Belgische-houdsterzaken daarom moeten verwijzen naar het HvJ. Prof. dr. Otto Marres verwacht dat het HvJ in de zaak NEO wat meer zal uitweiden over wat nu precies richtlijnondermijnend is.
Lees de hele NTFR/NDFR Opinie gratis via NDFR





Geef een reactie