De belastingdruk van Nederlandse huishoudens is de afgelopen jaren afgenomen. In 2024 betaalden huishoudens in doorsnee 12,3 procent van hun bruto huishoudensinkomen aan inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. In 2011 was dit nog 15,4 procent.
De belastingdruk bestaat uit de betaalde inkomstenbelasting en ingehouden premies voor de AOW, Anw en Wlz, uitgedrukt als percentage van het bruto huishoudensinkomen. Indirecte belastingen, zoals btw, zijn hierin niet meegenomen.
Hoogste inkomens betalen relatief het meest
Nederland kent een progressief belastingstelsel, waardoor hogere inkomens relatief meer belasting betalen. Bij de 10 procent huishoudens met de hoogste bruto-inkomens bedroeg de mediane belastingdruk in 2024 24,9 procent. Voor bijna alle inkomensgroepen was de belastingdruk lager dan in 2014. Alleen bij de hoogste inkomensgroep nam deze licht toe, van 24,7 naar 24,9 procent.
Ook bestaan duidelijke verschillen tussen typen huishoudens. Tweeverdieners hebben bij een vergelijkbaar inkomen een lagere belastingdruk dan eenverdieners, eenoudergezinnen en eenpersoonshuishoudens. Bij een jaarinkomen tussen 100.000 en 110.000 euro bedraagt de belastingdruk bijvoorbeeld 11,9 procent voor tweeverdieners en 19,4 procent voor eenverdieners. Voor alle eenverdieners samen komt de mediane belastingdruk uit op 16,7 procent, tegenover 15,9 procent voor tweeverdieners.
Gepensioneerden hebben laagste belastingdruk
Huishoudens met een pensioenuitkering als belangrijkste inkomensbron hebben met 5,5 procent de laagste belastingdruk. Een belangrijke verklaring is dat mensen die AOW ontvangen geen AOW-premie meer betalen. Zelfstandigen hebben met 15,6 procent juist de hoogste mediane belastingdruk. Zij vormen bovendien de enige groep waarvan de belastingdruk sinds 2014 is toegenomen. In dezelfde periode is de zelfstandigenaftrek afgenomen.
Wanneer ook premies voor onder meer werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioen worden meegerekend, bedroeg de totale mediane belasting- en premiedruk in 2024 32,3 procent. In 2011 was dit nog 35,2 procent.
Bron: CBS, 9 september 2026.




Geef een reactie