Rechtbank Den Haag oordeelt dat de startfee en besparingsfee van het kantoor niet wegnemen dat het op basis van no cure no pay werkt. De korting op de proceskostenvergoeding van artikel 30a Wet WOZ blijft daarom gelden.
Een bv krijgt voor 22 appartementsrechten op één biljet WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelastingen. De heffingsambtenaar komt volledig aan het bezwaar tegemoet en kent met toepassing van de factor 0,125 van artikel 30a Wet WOZ een proceskostenvergoeding van € 80,88 toe. In beroep stelt de bv dat het kantoor dat haar bijstaat sinds 1 januari 2025 niet meer op basis van no cure no pay werkt, omdat cliënten een startfee en/of een percentage van de belastingbesparing betalen. In geschil is of hierdoor sprake is van een bijzonder geval waarin de korting op de proceskostenvergoeding niet geldt.
Besparingsfee is juist no cure no pay
Vast staat dat eventuele proceskostenvergoedingen aan het kantoor worden afgedragen. Volgens de rechtbank is de besparingsfee juist een vorm van no cure no pay: de cliënt betaalt alleen bij een succesvolle procedure en loopt geen financieel risico. Ook de startfee verandert dit niet. Het kantoor bedingt deze in 2025 slechts bij 58% van de aanslagbiljetten en wijkt regelmatig neerwaarts af van de bedragen in zijn modeloffertes. Bovendien ziet de startfee vooral op werkzaamheden vóór de inhoudelijke behandeling van het bezwaar. De rechtbank oordeelt daarom dat het bedrijfsmodel nog steeds als no cure no pay kwalificeert en dat de factor van artikel 30a Wet WOZ terecht is toegepast.
Motiveringsgebrek zonder gevolgen
De bv krijgt wel gelijk dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd. De heffingsambtenaar gaat niet inhoudelijk in op haar standpunt dat artikel 30a Wet WOZ niet van toepassing is en schendt daarmee artikel 7:12 Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, maar passeert het gebrek op grond van artikel 6:22 Awb omdat de bv niet is benadeeld. De uitspraak op bezwaar blijft in stand.
Wet: art. 30a Wet WOZ
Bron: Rechtbank Den Haag, 03-08-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26243, AWB – 26 _ 1418 | NDFR





Geef een reactie