• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geen BOF voor aangehouden liquide middelen

13 april 2017 door Giniraynha Poulina

Rechtbank Den Haag besliste in een feitelijke zaak dat de op overlijdensdatum in een B.V. aanwezige liquide middelen niet tot het ondernemingsvermogen behoren dat voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in aanmerking komt.

In 2009 erfde een man de helft van de aandelen in een B.V, die enig aandeelhouder was van een andere B.V. Laatstgenoemde B.V. was in 2007 begonnen met de bouw van een stoomschip, de tewaterlating vond plaats in 2012 en de officiële doop was in 2015. Op de geconsolideerde balans per 30 april 2009 stond het schip geactiveerd voor 2.4 miljoen euro en stond een positief saldo aan liquide middelen van 3 miljoen euro. In de aangifte erfbelasting deed de man voor de waarde van de verkregen aandelen in de B.V. een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF). De inspecteur weigerde de toepassing van de BOF, en dus moest belanghebbende aannemelijk maken of op de overlijdensdatum de exploitatie van het schip deel uitmaakte van de materiële onderneming van B.V., of op zichzelf als het drijven van een onderneming was aan te merken. Belanghebbende slaagde daar niet in. De onderneming hield zich voornamelijk bezig met de handel in en de verhuur van stoomketels. De exploitatie van een met stoom aangedreven schip behoorde hier niet toe. Daarnaast bleek nergens uit dat met de exploitatie van het schip het behalen van winst werd beoogd en redelijkerwijs kon worden verwacht. De exploitatie van het schip kon daarom niet op zichzelf als een bedrijfsmatige activiteit worden aangemerkt. Nu het schip geen onderdeel uitmaakte van ondernemingsvermogen, vielen de voor de bouw van het schip bestemde liquide middelen op overlijdensdatum niet onder de BOF.

 

Wet: artikel 35b Successiewet 1956

Meer informatie: Rechtbank Den Haag, 9 maart 2017 (gepubliceerd op 10 april 2017)

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Gebreken in administratie niet achteraf te herstellen
Volgende artikel
Wederzijdse bijstand in belastingzaken Nederland en Spanje

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Samenhang testament, statuten & aandeelhoudersovereenkomst bij bedrijfsopvolging

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Verdiepingscursus Erven en schenken

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×