• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Btw-aangifte na naheffingsaanslag is te laat

14 september 2018 door Remco Latour

Als een btw-ondernemer pas na het ontvangen van een naheffingsaanslag omzetbelasting in een aangifte om een btw-teruggaaf verzoekt, is hij te laat. De inspecteur mag in dat geval zijn aangifte aanmerken als een ambtshalve verzoek, wat de positie van de ondernemer verzwakt.

Als een btw-ondernemer niet binnen de geldende termijn zijn aangifte omzetbelasting indient en de verschuldigde btw afdraagt, mag de inspecteur hem een naheffingsaanslag opleggen. Rechtbank Noord-Nederland heeft in een recente zaak geoordeeld dat het binnen deze heffingssystematiek niet past als de ondernemer na het ontvangen van deze aanslag alsnog een aangifte indient. En het indienen van een aangifte nadat de bezwaartermijn tegen de naheffingsaanslag is verstreken, is helemaal uit den boze. Het zonder meer accepteren van de aangifte zou dan een ontkrachting van de bezwaartermijn vormen. In deze situatie kan de inspecteur een negatieve aangifte wel opvatten als een verzoek om ambtshalve teruggaaf. Als hij dit verzoek afwijkt, kan de ondernemer niet in beroep gaan tegen deze afwijzing. De situatie is overigens anders als de btw-ondernemer wel tijdig zijn aangifte indient en later over hetzelfde tijdvak verzoekt om een teruggaaf. Zo’n verzoek om teruggaaf is tijdig als het is ingediend voordat de bezwaartermijn tegen de voldoening op aangifte is verstreken.

 

Wet: art. 10, tweede lid, 19, eerste lid en 20 AWR en art. 31, eerste lid Wet OB 1968

Meer informatie: Rechtbank Noord-Nederland 21 augustus 2018 (gepubliceerd 11 september 2018), ECLI:NL:RBNNE:2018:3227

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Planning fiscale agenda najaar 2018
Volgende artikel
Meer regels voor trustsector en stichtingen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

zwartspaarder

FIU-Nederland krijgt opschortingsbevoegdheid: wijzigingen per 1 juli 2026

Vanaf 1 juli 2026 krijgt FIU-Nederland een nieuwe bevoegdheid: het tijdelijk opschorten van verdachte transacties. Hiermee kan FIU-Nederland meldingsplichtige instellingen verzoeken een transactie tijdelijk niet uit te voeren. Instellingen zijn verplicht zo’n verzoek op te volgen.

A-G: inspecteur moet ook eerdere aangiften raadplegen bij nieuw feit

A-G Koopman concludeert dat de inspecteur bij het beoordelen van een aangifte ook eerdere jaren moet raadplegen. Toch kan in deze zaak geen navordering plaatsvinden, omdat geen nieuw feit en geen kenbare fout aanwezig is.

nob commentaar invorderingsrente

Onzakelijk lage rente dga-lening rechtvaardigt navordering

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur een nieuw feit heeft voor navordering wanneer hij pas later kennis krijgt van leningsovereenkomsten waaruit een verkapte winstuitdeling blijkt.

contant geld

Geen generieke uitzonderingen verbod op contante betalingen boven € 3.000

Minister Heinen bevestigt dat er geen generieke uitzonderingen gelden op het verbod op contante betalingen boven € 3.000. Wel wordt in de handhaving een beperkte uitzondering gemaakt voor aankopen buiten de EU.

Nultarief accijnsgoederen mag niet afhangen van fiscaal vertegenwoordiger

Hof Den Haag oordeelt dat het nultarief voor accijnsgoederen niet mag worden geweigerd enkel omdat een buitenlands gevestigde bv geen fiscaal vertegenwoordiger heeft aangesteld. Die eis is in strijd met het Unierecht.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×