• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vermogensverschuiving is voordeel uit aanmerkelijk belang

20 juli 2018 door

Een vermogensverschuiving van de B.V. naar een aandeelhouder kan als regulier voordeel uit aanmerkelijk belang worden aangemerkt. Het tijdstip van onttrekking in de sfeer van de vennootschapsbelasting hoeft echter niet gelijk te zijn aan het genietingstijdstip voor de inkomstenbelasting.

Een dga is tot 2009 via zijn B.V. voor 6% aandeelhouder van een holding B.V. De holding B.V. bezit alle aandelen in groothandel in fruit die zich richt op export. In 2005 heeft de holding B.V. het pand gekocht naast het fruitbedrijf voor € 617.500. In 2006 wordt het pand gesloopt en wordt een nieuwe woning voor de dga en gezin gebouwd voor een bedrag van € 681.703. Volgens de aangevraagde (bouw)vergunningen is de dga eigenaar van de woning. De kosten van de woning zijn geactiveerd op de balans van de holding B.V. De dga trekt in november 2007 in de woning. De afspraak is dat de dga de woning van de holding B.V. huurt voor een bedrag van € 41.750. Hiervoor is geen schriftelijke huurovereenkomst opgemaakt. In oktober 2008 is de waarde van de woning getaxeerd op € 835.000.

Na het overlijden van de vader van de dga wordt besloten dat zijn zuster het fruitbedrijf zal voortzetten. De B.V. van de dga verkoopt daarom de aandelen. Afgesproken wordt dat de dga de woning voor een bedrag € 835.000 van de holding B.V. koopt. De holding B.V. heeft in de aangifte Vpb een boekverlies opgevoerd van € 430.967, zijnde het verschil tussen de aankoopkosten en verkoopopbrengst van de woning. Dit verlies wordt niet geaccepteerd voor de aangifte Vpb 2009 omdat het boekverlies is ingegeven door aandeelhoudersmotieven en als een onttrekking moet worden aangemerkt.

 

Navorderingsaanslag

De inspecteur legt vervolgens een navorderingsaanslag met boete op omdat de dga in 2009 een voordeel uit aanmerkelijk belang heeft genoten, voortkomend uit een te lage prijs voor de aankoop van de woning en het niet betalen van huur. Het voordeel heeft de inspecteur bepaald op € 472.712, zijnde de som van € 430.967 (boekverlies van de holding B.V. op de woning) en € 41.745 (niet betaalde huur). Volgens de rechtbank is de dga zich bewust geweest van het feit dat de holding-B.V. hem wilde bevoordelen en van de vermogensverschuiving die vervolgens heeft plaatsgevonden. De uitdeling is niet gelegen in de verkoopprijs, maar in de omstandigheid dat holding B.V. voor de dga bereid is geweest de sloopkosten en nieuwbouwkosten voor haar rekening te nemen. De vermogensverschuiving kan als een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang worden aangemerkt. De rechtbank is het echter met de dga eens dat de inspecteur ten onrechte het inkomen uit aanmerkelijk belang in 2009 in aanmerking heeft genomen. Het tijdstip van onttrekking in de sfeer van de Vpb hoeft niet gelijk te zijn aan het tijdstip waarop sprake is van een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang. Nu de woning in 2006 en 2007 is gesloopt en opnieuw gebouwd, heeft de vermogensverschuiving, gezien de bedoeling van partijen, op dat moment plaatsgevonden. Het bedrag van de niet-betaalde huur wordt gehalveerd. Het inkomen uit aanmerkelijk belang wordt vastgesteld op € 20.872.

 

Wet: art. 4.12 Wet IB 2001

Meer informatie: Rechtbank Gelderland 5 juli 2018 (gepubliceerd 17 juli 2018) (ECLI:NL:RBGEL:2018:2964)

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Herinvesteringsvoornemen aannemelijk gemaakt
Volgende artikel
In administratie ontbreken van gift weegt zwaarder dan kwitantie

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ECLI:NL:RBAMS:2026:4940 Rechtbank Amsterdam, 21-05-2026, AMS 24/6780

WOZ. Belastingjaren 2023, 2024 en 2025. Gewaardeerd aan de hand van het eigen aankoopcijfer. Beroep ongegrond. Verzoek om immateriële schadevergoeding toegewezen. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:4940&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:15429 Rechtbank Den Haag, 29-05-2026, 25/9231

Het in het jaar 2021 aan eiser uitgekeerde levenslooptegoed is terecht in het jaar 2021 belast. Er is geen sprake van een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens, een individuele en buitensporige last, een schending van het gelijkheidsbeginsel of een schending... lees verder

ECLI:NL:RBDHA:2026:15427 Rechtbank Den Haag, 29-05-2026, 25/7796

In geschil is of verweerder het verzoek van eiseres om als ANBI aangemerkt te worden terecht heeft afgewezen. De bewijslast dat eiseres aanspraak maakt op de ANBI-status rust op eiseres. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij aan de vereisten van de kwalitatieve toets voldoet. Eiseres heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat het gelijkheidsbeginsel is... lees verder

ECLI:NL:RBDHA:2026:15431 Rechtbank Den Haag, 29-05-2026, 25/5319

Verweerder heeft terecht geen rekening gehouden met een hogere afschrijving op machines en installaties en terecht een bijtelling voor privégebruik van de auto in aanmerking genomen. Ook is geen sprake van een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Wel heeft verweerder zich lopende het beroep op het standpunt gesteld dat een bedrag van... lees verder

Looneis 30%-regeling ziet ook op vastgelegd vervolgsalaris

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat voor de looneis van de 30%-regeling niet alleen het tijdelijke opleidingsloon telt. Omdat bij indiensttreding al vaststaat dat de helikopterpiloot na haar opleiding een hoger salaris krijgt, voldoet zij aan de looneis.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×