• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Oneigenlijke alimentatie geen persoonsgebonden aftrekpost

24 januari 2013 door Marieke Jansen

Bij de bepaling of een bijdrage een betaling is in het kader van voorziening in levensonderhoud van de ex-echtgenote, spelen diverse factoren een rol. Volgens hof Arnhem kunnen de feiten en omstandigheden ertoe leiden dat geen sprake is van een dergelijke bijdrage, maar van betalingen in verband met de verrekenplicht. Deze betalingen opvoeren als persoonsgebonden aftrek is dan niet toegestaan.

Uitgaven voor onderhoudsverplichtingen zijn een persoonsgebonden aftrekpost voor inkomstenbelasting. Onderhoudsverplichtingen zijn vorderbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen die zijn gebaseerd op een dringende morele verplichting tot voorziening in levensonderhoud (artikel 6.3 lid 1 onderdeel f Wet IB). Als maandelijkse betalingen bij echtscheiding worden gedaan in het kader van de verrekenplicht, is geen sprake van betalingen op basis van het bovengenoemde artikel. Dit oordeelde Hof Arnhem in een zaak waarin ondanks huwelijkse voorwaarden nooit was verrekend en geen beroep was gedaan op het vervalbeding. De vastgestelde maandelijkse bijdrage was niet afhankelijk gesteld van de inkomens- en vermogenspositie van de partner of het gaan samenwonen door haar met een nieuwe partner. Deze omstandigheden en de bepalingen in de echtscheidingsconvenant leidden ertoe dat geen sprake was van een betaling op basis van een dwingend morele verplichting tot voorziening in levensonderhoud. Aftrek van de maandelijkse betalingen als persoonsgebonden aftrekpost werd daarom niet toegestaan.

 

Wet: artikel 6.3, eerste lid onder f Wet inkomstenbelasting 2001

Meer informatie: Gerechtshof Arnhem, 8 januari 2013 (gepubliceerd op 18 januari 2013), LJN: BY8818

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Strijd om waarde woning bij erfrechtelijke verkrijging
Volgende artikel
Golfbanen profiteren ten onrechte van landgoederenregeling

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Online cursus Familiestichting en family governance

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Verdiepingscursus Internationale estate planning

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×