• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Onderscheid woning en niet-woning voor toepassing OZB-tarief

17 februari 2012 door Giniraynha Poulina

De onroerendezaakbelasting kent meestal een aanzienlijk lager tarief voor woningen dan voor niet-woningen. Het belang aan duidelijke criteria voor de kwalificatie van onroerende zaken is dus groot. De Hoge Raad gaf onlangs een nadere toelichting bij de bestaande criteria.

Voor de beantwoording van de vraag of een onroerende zaak totaal al dan niet tot woning dient, moet de heffingsambtenaar allereerst kijken naar de delen van de onroerende zaak die dienen tot woning. Men spreekt dan van woondelen die volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Vervolgens moet hij vaststellen of de gezamenlijke waarde van deze woondelen 70% of meer van de totale waarde vertegenwoordigt. Is dat het geval, dan kwalificeert de onroerende zaak als woning. Anders is er sprake van een niet-woning.

 

De Hoge Raad oordeelde dat zelfs afsluitbare kamers met een zit- en slaapgedeelte en een wasgedeelte (sommige uitgerust met een eigen toilet, douche en eigen kookgelegenheid) in een verpleeg- en verzorgingshuis tot woning dienden. Niet van belang was dat zo’n huis primair een verzorgingsfunctie had. Het deed er ook niet toe dat de bewoners de keuzevrijheid hadden om al dan niet in de eigen kamers te verblijven of dat verzorgers toegang hadden tot de kamers van de bewoners. De woonfunctie was overheersend gezien het feitelijke gebruik van de eigen kamers. Deze kamers dienden tot woning. Het feit dat een onzelfstandig deel van een onroerende zaak afsluitbaar is, speelt ook een rol maar is absoluut geen vereiste. Het hof moest volgens de Hoge Raad wel motiveren in hoeverre de gezamenlijke ruimtes, zoals huiskamers, keuken en tuinen ook tot woning dienden.

 

Wet: artikel 220 Gemeentewet

Meer informatie: Hoge Raad, 10 februari 2012, LJN: BV3270

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Heffing lagere overheden, Nieuws, Vastgoed

Reageer
Vorige artikel
Hoe moet een gebruiksrecht op een nagelaten woning worden gewaardeerd?
Volgende artikel
De hoogte van de proceskostenvergoeding

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

‘Villatax’ niet in strijd met EVRM

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfaitpercentage van 2,35% voor dure woningen niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of het eigendomsrecht uit het EVRM. Het beroep van de eigenaar van een woning met een WOZ-waarde van ruim € 3,4 miljoen is ongegrond.

vastgoed buitenland

Optimalisatie Wet betaalbare huur moet aanbod op peil houden

Het kabinet wil het aanbod van (midden)huurwoningen op peil houden door gerichte aanpassingen in de huurregulering en verbetering van het investeringsklimaat.

vastgoed

Beantwoording Kamervragen over investeringsklimaat voor woningbouw

Het kabinet ziet dat fiscale en beleidsmatige factoren bijdragen aan een verslechterd investeringsklimaat voor woningbouw.

houtstook buren

WOZ-waarde verlaagd wegens taxatierapport eiser met betere referentiewoning

Rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning niet aannemelijk maakt. De eigenaar slaagt wel in zijn bewijslast, mede door een beter vergelijkbare referentiewoning.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

Opleidingen

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass Overdrachtsbelasting

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Masterclass in de Eigenwoningregeling

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×