• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Drie bedrijven, één btw-aangifte

14 mei 2012 door Giniraynha Poulina

Als twee of meer (rechts)personen gezamenlijk een bedrijf exploiteren en tegenover de klanten optreden als één ondernemer onder een naam, is de kans groot dat de fiscus de betrokken partijen aanmerkt als één btw-ondernemer.

Ieder die zelfstandig een bedrijf, of volgens de BTW-Richtlijn een economische activiteit, uitoefent is ondernemer voor de Wet omzetbelasting. In bepaalde gevallen is het echter onduidelijk of sprake is van één ondernemer of meerdere (rechts)personen die in feite optreden als één ondernemer voor de omzetbelasting. Voor de beantwoording van deze vraag moet de fiscus kijken of de betrokken partijen de prestaties voor de klant zelfstandig of gezamenlijk verrichten. Dit bleek bijvoorbeeld uit een zaak voor Hof Amsterdam. Het ging om de vraag of een bv enerzijds en een maatschap en een stichting anderzijds ondernemer waren voor de omzetbelasting. De bv exploiteerde een nachtclub en ging op een gegeven moment een samenwerking aan met de maatschap die werd vertegenwoordigd door een stichting. Het hof zag deze drie partijen als één btw-ondernemer. Uit de gesloten overeenkomst bleek namelijk dat het doel van de samenwerking was het gezamenlijk exploiteren van een relaxhuis. Bovendien trad het relaxhuis naar buiten toe op onder één naam en de klant betaalde één bedrag aan een vertegenwoordiger van het relaxhuis om toegang te krijgen tot de nachtclub. Het deed er niet toe of de partijen op eigen naam overeenkomsten sloten, eigen bankrekeningen hadden, op eigen naam facturen opstuurden en ontvingen en ieder eigen jaarrekeningen opmaakte. De drie partijen waren één btw-ondernemer en moesten daarom samen één btw-aangifte doen.

 

Wet: artikel 7 Wet OB 1968

Meer informatie: Hof Amsterdam, 26 april 2012 (gepubliceerd 9 mei 2012), LJN: BW5069

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Nieuwe criteria publicatie rechterlijke uitspraken
Volgende artikel
Systeemfout kan laksheid lonend maken

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verhuurderheffing verminderen

Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcomplex corporaties

De overdracht van een woningcomplex tussen twee woningcorporaties kan kwalificeren als taakoverdracht. Daardoor geldt de vrijstelling van overdrachtsbelasting.

startersvrijstelling

Geen beter alternatief voor leeftijdsgrens startersvrijstelling

Het kabinet wil bij nieuw fiscaal beleid nadrukkelijk aandacht blijven besteden aan de effecten op de woningmarkt. Staatssecretaris Eerenberg reageert op moties over de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting en de woningmarkteffecten van fiscaal beleid. In de motie van het lid Vijlbrief wordt het kabinet verzocht te onderzoeken hoe de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting effectiever kan... lees verder

Wijzigingen Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds

De Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds (UR BCF) wordt gewijzigd.

zwembad

Verborgen zwembad met puin verlaagt WOZ-waarde woning

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat bij de WOZ-waardering rekening moet worden gehouden met een verborgen gebrek. Een onder kunstgras verborgen zwembad met puin drukt de waarde van de woning, ook als de eigenaar mogelijk schade op de verkoper kan verhalen.

Geen verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor recreatiewoning

Hof Den Haag oordeelt dat een vrouw niet aannemelijk maakt dat een gekochte recreatiewoning haar hoofdverblijf is. Daarom geldt het verlaagde tarief van 2% in de overdrachtsbelasting niet en blijft het algemene tarief van 10,4% van toepassing.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×