• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Rechte lijn nodig voor nieuwe inhoudingsvrijstelling

4 januari 2018 door Remco Latour

Er zijn diverse maatregelen voorgesteld met betrekking tot de dividendbelasting. Zo wil de wetgever de antimisbruikregeling in de inhoudingsvrijstelling in buitenlandse situaties aanpassen. Het toepassen van deze inhoudingsvrijstelling zal vereisen dat de entiteit in de ‘rechte lijn’ boven Nederland een onderneming drijft.

Dividendbelasting

Als iemand dividend, opbrengst op winstbewijzen en dergelijke ontvangt van een Nederlandse (aandelen)vennootschap, zal daarop in beginsel een inhouding van dividendbelasting moeten plaatsvinden. In eerste instantie maakt het daarbij niet uit of de ontvanger een binnenlandse of een buitenlandse belastingplichtige is. Voor de komende jaren bestaan diverse plannen ten aanzien van de dividendbelasting die variëren van een gedeeltelijke afschaffing tot uitbreiding. Zo was op Prinsjesdag 2017 een wetsvoorstel gepubliceerd dat beoogt ook opbrengsten op lidmaatschapsrechten in een zogeheten houdstercoöperatie (zie: ‘Inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling’ te belasten met dividendbelasting.

 

Deelnemingsvrijstelling en fiscale eenheid

Het lichaam dat het dividend uitkeert hoeft geen dividendbelasting in te houden op dividend dat:

  • bij de gerechtigde onder de deelnemingsvrijstelling of deelnemingsverrekening valt; of
  • in handen komt van een lichaam dat tot dezelfde fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting behoort als het uitkerende lichaam.

In beide gevallen geldt als aanvullende voorwaarde dat de deelneming respectievelijk het belang in het uitkerende lichaam behoort tot het vermogen van een onderneming die de gerechtigde in Nederland drijft.

 

Inhoudingsvrijstelling EU/EER-situaties

Daarnaast is de inhoudingsvrijstelling van toepassing als de opbrengstgerechtigde:

  • een lichaam is dat volgens de fiscale wetgeving van een andere lidstaat van de EU of EER is gevestigd in die lidstaat; en
  • op het tijdstip van ontvangst van de opbrengst een belang in het uitkerende lichaam heeft waarop de deelnemingsvrijstelling of de deelnemingsverrekening van toepassing zou zijn als het lichaam in Nederland was gevestigd.

De voorgestelde Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling bevat een maatregel om het bereik van de bovenstaande inhoudingsvrijstelling te vergroten. De inhoudingsvrijstelling geldt onder dit wetsvoorstel ook als het opbrengstgerechtigde lichaam is gevestigd in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten.

 

Uitzondering inhoudingsvrijstelling

De inhoudingsvrijstelling moet buiten toepassing blijven als de opbrengstgerechtigde een buitenlands lichaam is dat:

  • volgens een belastingverdrag met een derde staat wordt geacht buiten de EU en de EER te zijn gevestigd;
  • een functie vervult die is te vergelijken met een beleggingsinstelling; of
  • op grond van een antimisbruikbepaling in het belastingverdrag geen recht heeft op een verlaging van bronheffing op dividenden (antimisbruikregeling).

 

Antimisbruikregeling

Wordt de voorgestelde Wet inhoudingsplicht houdstercoöperatie en uitbreiding inhoudingsvrijstelling aangenomen, dan zal de antimisbruikregeling in de dividendbelasting worden aangepast. De regeling zal dan sterke gelijkenis vertonen met de huidige regeling in de vennootschapsbelasting ten aanzien van buitenlandse lichamen die een aanmerkelijk belang houden in een Nederlands lichaam.

 

Vennootschapsbelasting

Als een buitenlands lichaam een aanmerkelijk belang houdt in een Nederlands lichaam, kan dit buitenlandse lichaam een buitenlands belastingplichtige zijn voor de vennootschapsbelasting. Dit is nu het geval als het buitenlandse lichaam dat aanmerkelijk belang houdt met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van de heffing van inkomsten- of dividendbelasting bij een ander. Dit vereiste wordt de subjectieve toets genoemd. Daarnaast moet sprake zijn van een kunstmatige constructie of van een reeks van constructies (objectieve toets). Een constructie kan uit verschillende stappen of onderdelen bestaan. De inspecteur bestempelt een constructie als kunstmatig als hij meent dat deze constructie niet is opgezet op grond van zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Dit is onder meer het geval als de Nederlandse vennootschap niet voldoet aan de substance-eisen. De objectieve en subjectieve toets gaan ook gelden voor de inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting in internationale situaties.

 

Kamervragen

Naar aanleiding van de nieuwe substance-eisen zijn Kamervragen gesteld (zie: ‘Kwalitatieve loonsom als substance-eis’). De staatssecretaris van Financiën ging ook in over de vraag over het belang van het uitoefenen van een onderneming in de ‘rechte lijn’ boven Nederland. Hij licht toe dat hierbij uitsluiting is gezocht bij uitgangspunten van de Moeder-dochterrichtlijn. Bij de toepassing van dit uitgangspunt moet het belang in de Nederlandse vennootschap (in)direct in handen zijn van een entiteit die een onderneming drijft. Zo’n entiteit mag dit belang ook middellijk houden via een vennootschap die een zogeheten schakelfunctie vervult. Een schakelfunctie wil zeggen dat een relatie wordt gelegd tussen de bedrijfsmatige activiteiten van de (uiteindelijke) moedermaatschappij en de activiteiten van de (klein)dochtermaatschappij. Een schakelvennootschap kan echter alleen een schakelfunctie vervullen als de entiteit die het belang (gedeeltelijk) houdt in de ‘rechte lijn’ boven Nederland een onderneming drijft.

 

Wet: artikel 17 Wet Vpb 1969 en artikelen 1 en 4 Wet DB 1965

Meer informatie: ministerie van Financiën 2 november 2017, 2017-0000210453

Filed Under: Nieuws, Verdieping, Verdieping, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Verzekeringsplicht dga’s: hoe wilt u het hebben?
Volgende artikel
Minimaliseren van heffing in box 3

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

rente Vpb

Renteaftrek terecht beperkt ondanks marktconforme voorwaarden

De Hoge Raad bevestigt dat art. 10a Wet Vpb 1969 ook na recente EU-rechtspraak de volledige aftrek van rente kan weigeren. Dat geldt zelfs als de lening tegen marktconforme voorwaarden is afgesloten, zolang sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie.

kantoor Londen

Britse verzekeringsmaatschappij krijgt geen teruggaaf dividendbelasting

Het hof oordeelt dat een Britse unit-linked verzekeraar geen recht heeft op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. De verzekeraar is volgens het hof niet de opbrengstgerechtigde en ook niet de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden.

kapitaalverlies

Overwogen opties rond dekking arrest liquidatieverliesregeling

Het kabinet heeft verschillende opties onderzocht om de budgettaire gevolgen van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over de liquidatieverliesregeling op te vangen, maar geen daarvan bleek binnen de regeling zelf passend.

dividend-aandelen

Pensioenfonds niet uiteindelijk gerechtigde tot dividend bij swap-constructie

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een buitenlands pensioenfonds niet als uiteindelijk gerechtigde van dividenden kan worden aangemerkt. Het fonds voerde een equity finance strategy uit waarbij aandelen kort voor dividenduitkering werden gekocht en gelijktijdig price return swaps werden afgesloten.

kapitaalverlies

Beëindigingstijdstip fiscale eenheid niet eerder dan tijdstip van verzoek

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een verzoek om beëindiging van een fiscale eenheid niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden. De verliesbeschikking is daarom niet te laag vastgesteld.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Webinar voorjaarsnota & vooruitblik Belastingplan 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×