• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

De nieuwe reisbureauregeling

6 april 2012 door Remco Latour

Vanaf 1 april 2012 staan er in de Wet omzetbelasting 1968 nieuwe btw-regels voor reisbureaus. De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit opgesteld dat extra toelichting geeft op de gevolgen van de wetswijziging. Dit besluit bevat ook ‘overgangsrecht’.

Reisbureaus

De reisbureauregeling ziet niet op alle ondernemingen die in het spraakgebruik reisbureaus worden genoemd. Voor de regeling is een onderneming pas een reisbureau voor zover:

  • zij op eigen naam tegenover de reiziger handelt; en
  • zij voor de totstandkoming van de reizen gebruikmaakt van leveringen van goederen en diensten van andere ondernemers.

Een onderneming is geen reisbureau als zij alleen maar als tussenpersoon namens de reisorganisator reizen verkoopt zonder op eigen naam tegenover de reiziger te handelen. Het toelichtend besluit spreekt in dat geval van een reisagentschap.

 

Btw-grondslag

Een reisbureau berekent de btw in verband met de reisdiensten over de winstmarge per aangiftetijdvak of over de winstmarge per reis. De keuze is aan het reisbureau. In beide gevallen is de omzetbelasting niet inbegrepen in de winstmarge. De winstmarge per aangiftetijdvak is het verschil tussen de som van de vergoedingen inclusief btw in dat tijdvak voor de reisdiensten en de werkelijke kosten voor goederen en diensten van andere ondernemers in dat tijdvak voor zover deze goederen en diensten rechtstreeks ten goede zijn gekomen aan de reiziger. De winstmarge per reis is het verschil tussen de vergoeding inclusief omzetbelasting voor de reisdienst en de werkelijke kosten voor goederen en diensten van andere ondernemers in dat tijdvak voor zover deze goederen en diensten rechtstreeks ten goede zijn gekomen aan de reiziger. Deze regelingen gelden niet voor de zogenoemde ‘eigen’ prestaties. Dit zijn (ingekochte) goederen en diensten die het reisbureau niet direct doorverkoopt aan de reiziger, maar daar eerst aanvullende prestaties aan toevoegt.

 

Geen btw-aftrek

Een reisbureau kan de btw op de geleverde prestaties van andere ondernemers niet aftrekken, als deze prestaties rechtstreeks ten goede zijn gekomen aan de reiziger. Bij de berekening van de btw-grondslag houdt het reisbureau immers al rekening met deze btw.

 

Negatieve winstmarge

Een reisbureau dat aangifte doet op basis van de winstmarge per aangiftetijdvak, kan een negatieve tijdvakwinstmarge verrekenen met een positieve tijdvakwinstmarge of optellen bij een negatieve tijdvakwinstmarge van het volgende belastingtijdvak. Na afloop van een kalenderjaar stelt men voor dat kalenderjaar de tijdvakwinstmarge op jaarbasis vast. Het reisbureau kan een eventueel negatief jaarsaldo doorschuiven naar het daaropvolgende kalenderjaar. Als door deze doorschuiving een positief jaarsaldo vermindert, kan het reisbureau de btw over deze vermindering terugvragen. Het reisbureau moet het verzoek indienen binnen zes maanden na afloop van het desbetreffende kalenderjaar. De Belastingdienst zal het bedrag van de teruggaaf eerst vaststellen in een beschikking. Als het reisbureau het niet eens is met deze beschikking, kan zij daartegen in bezwaar en/of beroep gaan. Reisbureaus die de btw berekenen over de winstmarge per reis, halen in beginsel alleen een negatieve reismarge als zij de reizen onder kostprijs aanbieden. In dat geval hoeven zij geen btw voor deze reis af te dragen, maar er bestaat evenmin een recht op teruggaaf of op verrekening.

 

Splitsing

Als het reisbureau reisonderdelen inkoopt van ondernemers buiten de Europese Unie (EU), vallen de bijbehorende diensten van het reisbureau onder het tarief van 0%. Voor zover de reisonderdelen binnen de EU worden verricht, moeten Nederlandse reisbureaus het normale tarief van 19% toepassen. Dit systeem heeft als gevolg dat het reisbureau een splitsing moet maken als de reis binnen de EU begint naar een bestemming buiten de EU of omgekeerd. Omdat een dergelijke splitsing nogal lastig is, keurt de staatsecretaris van Financiën goed dat het 0%-tarief geldt voor de hele reis. Deze goedkeuring geldt alleen onder de volgende voorwaarden:

  • het personenvervoer vindt plaats per vliegtuig of boot;
  • dit personenvervoer vindt plaats op basis van één ticket dat het reisbureau van een andere ondernemer heeft ingekocht; en
  • het personenvervoer per boot betreft een rechtstreekse reis tussen Nederland en een land buiten de EU of vice versa. Het ‘rechtstreekse’ karakter van de reis gaat niet verloren als de boot aanlegt in andere havens binnen de EU zodat nieuwe reizigers kunnen opstappen, mits eerder opgestapte reizigers de boot niet mogen verlaten.

Bootreizen, waarbij de eerder opgestapte reizigers de boot mogen verlaten als deze aanlegt bij een opstapplaats voor andere reizigers heeft bereikt, kwalificeren als (zee)cruises. Voor een (zee)cruise geldt dat de winstmarge die is toe te rekenen aan het deel van de reis dat binnen de EU wordt afgelegd, onder het normale btw-tarief valt.

 

Overgangsrecht

Een reisdienst vindt plaats op het moment waarop de reis is voltooid. Als een reis een vertrekdatum heeft vóór 1 april 2012 en een terugkomstdatum na 1 april 2012 is het lastig te bepalen voor welk deel de oude of de nieuwe regeling geldt. Bij wijze van overgangsrecht keurt de staatssecretaris daarom goed dat het reisbureau aansluit bij de vertrekdatum. Voor deze reizen geldt dus de oude regeling.

 

Reisagentschappen

Reisagentschappen vallen strikt genomen niet onder de reisbureauregeling. In zijn toelichtend besluit noemt de staatssecretaris ook zijn standpunt over een reisagentschap dat bemiddelt tussen een reisbureau en een reiziger en zijn vergoeding ontvangt van de reiziger. Dit reisagentschap mag bij het bepalen van de plaats van dienst aansluiten bij de onderliggende reisdienst van het reisbureau.

 

Wet: artikelen 28z, 28zb, 28zd, 28ze en 28zg OB 1968

Meer informatie: ministerie van Financiën, 22 maart 2012 (gepubliceerd 30 maart 2012), nr. BLKB 2012/272M

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Weekers wil af van belastingvoordeel roerende waterwoning
Volgende artikel
Wanneer ontstond de betalingsonmacht?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ijssalon fiscale eenheid

Fiscale eenheid OB door financiële en organisatorische verwevenheid

Het hof oordeelt dat een holding en haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. De verhuur van een pand en inventaris leidt tot niet-verwaarloosbare economische betrekkingen, zodat ook aan dit vereiste is voldaan.

ministerie financien

Planningsbrief Financiën 2026

De minister en staatssecretarissen van Financien hebben de planningsbrief 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit staat onder meer op de agenda.

btw

Pensioenfonds verricht verzekeringsdienst en mist btw-aftrek

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat een ondernemingspensioenfonds met zijn basisregeling een verzekeringsdienst verricht. Daardoor geldt de btw-vrijstelling en bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting.

Belaste verhuur werkkamer mogelijk ondanks beperkt privégebruik

Het hof oordeelt dat de verhuur van een werkkamer en garage in een woning een economische activiteit vormt en dat kan worden geopteerd voor belaste verhuur. Beperkt privégebruik staat niet in de weg aan aftrek van voorbelasting voor zover het gebruik zakelijk is.

Medische vrijstelling geldt voor inzet praktijkondersteuners

Het hof oordeelt dat de inzet van praktijkondersteuners door een zorggroep kwalificeert als medische zorg en niet als het ter beschikking stellen van personeel. Daardoor geldt de medische btw-vrijstelling en is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×