• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Controle btw-identificatienummer hield naheffing tegen

1 november 2012 door Giniraynha Poulina

Het is voor de toepassing van het btw-nultarief van belang dat de leverancier alles binnen zijn macht doet om er zeker van te zijn dat hij bij uitvoer van goederen met een btw-ondernemer heeft te maken. De controle van het btw-identificatienummer van de afnemer kan doorslaggevend zijn. Dit is bevestigd in een zaak voor Rechtbank Breda.

Uitvoer binnen de EU

Als een btw-ondernemer goederen uitvoert naar landen zowel binnen als de buiten de Europese Unie kan hij in beginsel het btw-nultarief toepassen. De voorbelasting op deze goederen is aftrekbaar, zodat de goederen Nederland belastingvrij kunnen verlaten. Men moet in het geval van zo’n intracommunautaire levering wel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de leverancier moet aangeven dat sprake is van een intracommunautaire levering;
  • de leverancier moet beschikken over het (geverifieerde) btw-identificatienummer van de afnemer en moet dit vermelden op zijn verkoopfactuur;
  • de leverancier moet kunnen aantonen aan de hand van bijvoorbeeld vervoersbewijzen dat de goederen daadwerkelijk buiten Nederland zijn vervoerd;
  • de leverancier moet door middel van eigen boeken en bescheiden kunnen aantonen dat de goederen naar een andere EU-lidstaat zijn vervoerd;
  • de afnemer moet een btw-ondernemer zijn; en
  • de afnemer moet een intracommunautaire verwerving aangeven in de EU-lidstaat waar de goederen naartoe gaan.

 

Bewijs: boeken en bescheiden

In de Wet Omzetbelasting is niet duidelijk opgenomen welke documenten de leverancier als bewijs voor toepassing van het nultarief kan leveren. Uit rechtspraak valt wel af te leiden welke combinatie van documenten als bewijsmateriaal kunnen dienen. Een combinatie van boeken en bescheiden kan zijn:

  • de verkoopfactuur van een nota van de vervoerder;
  • vrachtbrief (CMR Cargoletter) door de afnemer voor ontvangst getekend;
  • airway bills;
  • correspondentie met de buitenlandse afnemer;
  • een betaling uit het buitenland.

Verder moet de ondernemer die een intracommunautaire levering verricht, op de uitgereikte factuur niet alleen het eigen btw-identificatienummer vermelden, maar ook dat van de afnemer. Nu de bewijslast voor het toepassen van het nultarief op de leverancier rust, doet hij er goed aan zich zo veel mogelijk in te dekken tegen het vermelden van een onjuist btw-nummer van zijn afnemer.

 

Controle

Elke btw-ondernemer heeft een btw-identificatienummer. Het btw-identificatienummer bestaat uit de landcode en het fiscale nummer van de ondernemer. Het nummer bestaat altijd uit veertien posities, letters en cijfers. Als het fiscale nummer van de ondernemer uit minder cijfers bestaat, wordt het voorafgegaan door een of meer nullen. De punten vervallen. Ondernemers kunnen het btw-identificatienummer sinds kort eenvoudig controleren op de website van de Europese Commissie: http://ec.europa.eu/taxation_customs/vies/vieshome.do. Via deze site is voor de meeste lidstaten alleen te controleren of een bepaald btw-identificatienummer in die lidstaat is toegekend. Alleen bij enkele lidstaten geeft het systeem aan welke naam en adres bij het btw-nummer hoort. De ondernemer krijgt bij elke verificatie een bevestigingsmail.

 

Incorrect btw-nummer

Als de ondernemer geen btw-identificatienummer van de afnemer op de factuur vermeldt, is er in beginsel geen sprake van een intracommunautaire levering. De levering is in dat geval gewoon belast met het binnenlands btw-tarief. De aanwezigheid van een correct btw-nummer is een vereiste om het 0%-tarief te mogen toepassen bij intracommunautaire leveringen. Beschikt de leverancier niet over het juiste btw-nummer, dan kan de fiscus de toepassing van het nultarief weigeren en overgaan tot naheffing.

 

Uitvoer aantonen

Als de ondernemer de uitvoer niet kan aantonen, is hij alsnog btw verschuldigd. De leverancier kan de btw die hij alsnog is verschuldigd, nafactureren aan zijn afnemer. Als dat niet meer mogelijk is omdat de afnemer bijvoorbeeld failliet is, behoort de Belastingdienst de tot dan toe ontvangen vergoeding te beschouwen als een bedrag inclusief btw. Dat komt in het uiterste geval neer op een naheffing over de niet aangetoonde uitvoer van 21%/121% (effectief 17,35%) in plaats van 21%. In de meeste gevallen wordt over een dergelijke naheffing 25% boete opgelegd. Deze boete kan in sommige gevallen ook hoger zijn. Er wordt in beginsel altijd heffingsrente in rekening gebracht.

 

Afhaaltransactie

In de zaak bij Rechtbank Breda had een veehouder die zich ook bezighield met handel in landbouwwerktuigen het btw-nultarief toegepast bij een levering aan een Belgische firma. Hij bracht de werktuigen steeds naar de grens en rekende daar contant af met een man die volgens hem de vertegenwoordiger was van die Belgische firma. De Belgische firma zou echter geen zaken hebben gedaan met de veehouder en gaf aan de vertegenwoordiger in kwestie niet te kennen. De inspecteur weigerde daarom de toepassing van het nultarief en legde een naheffingsaanslag op aan de veehouder. De rechter oordeelde dat de veehouder erop mocht vertrouwen dat de firma de feitelijke afnemer van de landbouwwerktuigen was. Dit bleek onder meer uit het feit dat de veehouder het identiteitsbewijs van de vertegenwoordiger had opgevraagd en het btw-identificatienummer van de firma had gecontroleerd. Volgens de rechtbank deed het er niet toe dat de Nederlandse bedrijven waar hij de landbouwwerktuigen had ingekocht betrokken waren in een belastingfraude. De veehouder mocht dus het nultarief toepassen. De rechter vernietigde de naheffingsaanslag.

 

Wet: artikel 9, lid 2, onderdeel b, Wet OB 1968

Meer informatie: Rechtbank Breda, 30 augustus 2012 (gepubliceerd 26 oktober 2012), LJN: BY1421

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Vanwege commerciële verhuur geen ANBI-status
Volgende artikel
Verdeling 100%-0% bij toepassing investeringsaftrek onredelijk

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verhuurderheffing verminderen

Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcomplex corporaties

De overdracht van een woningcomplex tussen twee woningcorporaties kan kwalificeren als taakoverdracht. Daardoor geldt de vrijstelling van overdrachtsbelasting.

startersvrijstelling

Geen beter alternatief voor leeftijdsgrens startersvrijstelling

Het kabinet wil bij nieuw fiscaal beleid nadrukkelijk aandacht blijven besteden aan de effecten op de woningmarkt. Staatssecretaris Eerenberg reageert op moties over de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting en de woningmarkteffecten van fiscaal beleid. In de motie van het lid Vijlbrief wordt het kabinet verzocht te onderzoeken hoe de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting effectiever kan... lees verder

Wijzigingen Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds

De Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds (UR BCF) wordt gewijzigd.

zwembad

Verborgen zwembad met puin verlaagt WOZ-waarde woning

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat bij de WOZ-waardering rekening moet worden gehouden met een verborgen gebrek. Een onder kunstgras verborgen zwembad met puin drukt de waarde van de woning, ook als de eigenaar mogelijk schade op de verkoper kan verhalen.

Geen verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor recreatiewoning

Hof Den Haag oordeelt dat een vrouw niet aannemelijk maakt dat een gekochte recreatiewoning haar hoofdverblijf is. Daarom geldt het verlaagde tarief van 2% in de overdrachtsbelasting niet en blijft het algemene tarief van 10,4% van toepassing.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×