• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Blog | Gevecht om HEMA sneller en beter beslecht onder de WHOA

15 juni 2020 door Martin Poelman en Dennis Evertsz

Volgens een persbericht van de HEMA van 15 juni 2020 heeft zij ‘vandaag een belangrijke stap gezet om haar bedrijfsschulden te verlagen en financiële positie te verbeteren door een overeenkomst te sluiten met een groep obligatiehouders die zich hebben verenigd.’ Uit de rest van het bericht blijkt echter dat dit al maanden slepende gevecht ook na het afgelopen weekeinde nog niet is afgerond en dat er nog een rechterlijke goedkeuring  vereist is die uiterlijk in september wordt verwacht. Onder de WHOA zou dit conflict volgens Martin Poelman en Dennis Evertsz sneller en beter kunnen worden afgewikkeld.

Boekhoorn (Ramphastos) liet eerder dit jaar, al in maart, weten bereid te zijn om HEMA te voorzien van vers kapitaal, mits de schuldeisers een deel van hun vordering wegstrepen. Een harde confrontatie leek onvermijdelijk en is er ook gekomen, met alle tumultueuze ontwikkelingen van het afgelopen weekeinde tot gevolg. Het persbericht van vandaag maakt duidelijk dat er ook nu nog geen einde is gekomen aan de onzekerheid. Zo staat er bijvoorbeeld: ‘Als de overeenkomst succesvol kan worden geïmplementeerd en afgerond, zal een deel van de bedrijfsschulden worden omgezet in aandelen. De totale obligatieschuld van HEMA zal hiermee dalen van € 750 miljoen naar € 300 miljoen en de groep obligatiehouders zal alle aandelen van HEMA B.V. in handen krijgen.’ Met andere woorden: de transactie is kennelijk nog niet afgerond. Volgens Het Financieele Dagblad van 15 juni 2020 moet het verkooptraject uiterlijk in september zijn afgerond, ‘tegelijkertijd met de levering van de aandelen-Hema aan de schuldeisers. Deze overdracht duurt enkele maanden, omdat de rechtbank eerst zijn goedkeuring moet geven.’ Al met al duurt het HEMA-traject dus ongeveer een half jaar. Dat is tamelijk lang.

Het probleem dat hier speelt is dat op dit moment het juridisch arsenaal om in zo’n situatie op korte termijn tot een redelijke oplossing te komen die iedereen bindt beperkt is. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan een schuldenaar zijn vermogensverschaffers (schuldeisers en aandeelhouders) dwingen om mee te werken aan een akkoord.

Verstrekkende gevolgen

Op 26 mei 2020 heeft de Tweede Kamer echter de Wet Homologatie Onderhands Akkoord  aangenomen. Deze wet zal het mogelijk maken dat een onderhands akkoord tussen een onderneming en haar schuldeisers en aandeelhouders door een rechter wordt goedgekeurd (gehomologeerd). Het akkoord is dan verbindend voor alle (in zogeheten klassen in te delen) partijen. Zelfs schuldeisers of aandeelhouders die tegen het akkoord hebben ingestemd kunnen dan aan het akkoord worden gebonden. Er hoeft overigens maar één klasse vóór het akkoord te hebben gestemd. Die klasse moet dan wel ‘in the money’ zijn, dus tenminste recht hebben op een uitkering als het tot een faillissement zou komen.

Een WHOA-akkoord kan dus verstrekkende gevolgen hebben voor de rechtspositie van schuldeisers, aandeelhouders en de schuldenaar zelf (de onderneming). Zo kan een WHOA-akkoord voorzien in gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van openstaande vorderingen of in een zogeheten debt for equity swap (omzetting van schuld in aandelen), zoals bij het HEMA-akkoord het geval lijkt te zijn. Ook kan een aandeelhouder zijn aandelen verliezen (zoals ook voor Boekhoorn c.q. Ramphastos dreigt).

Bijzonder aan het WHOA-voorstel is dat het initiatief niet alleen kan worden genomen door de onderneming zelf, maar ook door schuldeisers, aandeelhouders en zelfs de Ondernemingsraad. Verder hoeft een WHOA-akkoord niet op alle schuldeisers en aandeelhouders te zien. Er kan bijvoorbeeld voor worden gekozen om dit alleen aan te bieden aan een bepaalde groep schuldeisers die een vergelijkbare positie innemen, bijv. de financiers of obligatiehouders.

De WHOA zou dus ideaal zijn geweest voor de HEMA-casus. Ook de WHOA gaat uit van een minnelijk voortraject. Maar komen de partijen er onderling niet uit onder de WHOA, dan kan iedere schuldeiser en aandeelhouder en zelfs de Ondernemingsraad het initiatief nemen om te komen tot een door de rechter op te leggen akkoord. Die rechter kan zich dan ook over de toekomstige (reorganisatie)waarde van de HEMA uitlaten. Dat was volgens het genoemde FD-artikel een van de twistpunten tussen Boekhoorn (Ramphastos) en de schuldeisers. Over dit soort belangrijke onderwerpen als de toekomstige waarde kan zelfs al aan het begin van het WHOA-traject een rechterlijke beslissing worden gevraagd. Hiermee kan dus snel en definitief deal certainty worden verkregen. Bovendien verloopt het formele WHOA-traject sneller. Een WHOA-traject kan in beginsel binnen 6 weken worden afgerond, terwijl hoger beroep en cassatie zijn uitgesloten.

De verwachting is dat de WHOA in de zomer van 2020 in werking zal treden, mits ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel goedkeurt. Ook voor het mkb zal het dan eenvoudiger worden om te herstructureren.

Martin Poelman (advocaat bij Maes Law) en Dennis Evertsz (advocaat bij Evertsz Law & Litigation)

Filed Under: Blogs

Reageer
Vorige artikel
Blog | Een hoofdbrekende casus
Volgende artikel
Blog | Omdenken

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

bfi's

Opinie | Waarom de Hoge Raad de zaak NEO in de gaten moet houden

Bij een uitdeling door een dochtervennootschap aan een in een lidstaat of verdragsstaat gevestigde moedervennootschap geldt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting, tenzij sprake is van misbruik. Wat precies misbruik vormt is nog niet geheel duidelijk. We weten dat sprake is van misbruik als de belastingplichtige de vrijstelling door een gekunstelde constructie wil veiligstellen terwijl toepassing van de vrijstelling in dat geval in strijd is met het doel van de EU-Moederrichtlijn (‘MDR’). Het probleem is dat we niet precies weten in welke gevallen het doel van de MDR wordt ondermijnd. De Hoge Raad had de Belgische-houdsterzaken daarom moeten verwijzen naar het HvJ.  Prof. dr. Otto Marres verwacht dat het HvJ in de zaak NEO wat meer zal uitweiden over wat nu precies richtlijnondermijnend is.

belastingverdrag

Opinie | Over Rechtsstatelijkheid en interpretatiebepalingen in belastingverdragen

In deze opinie bespreekt prof. dr. Irene Burgers de aanbeveling van de Raad van State om in de toelichting bij het belastingverdrag Nederland-Bangladesh duidelijker vast te leggen hoe de interpretatiebepaling moet worden toegepast. Volgens haar is dat nodig om spanning met de rol van het parlement, het fiscale legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid te voorkomen. Daarnaast... lees verder

AI

Opinie | Zit er AI in processtukken of hallucineer ik?

AI speelt een steeds grotere rol in de rechtspraktijk, met name bij het opstellen van processtukken. Na een afbakening van de begrippen ‘AI’ en ‘processtukken’ gaat mr. J. Hollander in deze NTFR Opinie in op het bredere debat in literatuur en jurisprudentie over het gebruik van AI. De conclusie is dat het huidige gebruik van... lees verder

Opinie | Van vestigingsland naar transitieland: fiscale onvoorspelbaarheid en gebrek aan voortvarendheid ondermijnen het vestigingsklimaat

Nederland daalt op internationale concurrentieranglijsten en fiscale onzekerheid heeft daarin een dominante rol. In deze NTFR Opinie staan mr. D.P.E. de Kruijff en mr. N.I. Groenland stil bij onder andere de grillige aanpak rondom de box 3-wetgeving, de aanhoudende onduidelijkheid rond fondsen voor gemene rekening en nieuwe btw-complicaties voor financiële structuren, waarmee een structureel patroon... lees verder

Opinie | AOW: Quo vadis? 

Volgens Prof. (em.) dr. P. Kavelaars is een ingrijpende AOW-operatie noodzakelijk. Voor de uiteindelijke houdbaarheid is het veel beter de AOW om te bouwen tot een bijstandachtige regeling die gefinancierd wordt uit de algemene middelen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×