• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Blog | Wanneer zijn we eindelijk verlost van de fantasieheffing in box 3?

16 september 2020 door Jeroen Knol

Piepend en krakend hobbelt box 3  verder zonder de finish in zicht te hebben. Weliswaar vereerd met een eigen wetsvoorstel en niet langer onderdeel van het Belastingplan brengt Prinsjesdag ons weinig nieuws. Het meeste is al bekend en in juni was al het aangekondigde wetsvoorstel voor aanpassing van box 3 in 2022  van tafel gehaald. Gelukkig maar, want een fictieve scheidslijn tussen sparen en beleggen zou alleen maar weer een hoop nieuwe discussies hebben gegeven.

Box 3 wemelt immers al genoeg van de forfaits en ficties. De Bond voor belastingbetalers duidt box 3 in het kader van de proefprocedures niet voor niets aan als een fantasiebelasting over een verzonnen rendement. En eerder schreef ik op deze plek al blogs hierover. “Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst”, over de bepaling van het forfaitair beleggingsrendement op basis van 15-jaar historie en “Box 3 voor de klachtencommissie” over de standaard vermogensmix voor alle box 3-beleggers.

Gedrocht

Met dus de nodige scepsis vooraf begin ik de stukken te lezen. De reeds bekende verhoging van de box 3-vrijstelling naar € 50.000 per belastingplichtige en € 100.000 voor partners staat er inderdaad in. Om echter te voorkomen dat dit doorwerkt naar toeslagen en inkomensafhankelijke regelingen is een gedrocht van een systeem bedacht. Gelukkig niet relevant voor vermogensstructureerders is mijn gedachte, terwijl ik afhaak halverwege het lezen van de Memorie van Toelichting over dit onderwerp.

Boxhoppen

Meest opvallende zin die ik tegenkom: “Voor de groep van belastingplichtigen voor wie de belastingdruk stijgt treden naar verwachting gedragseffecten op, zoals het verschuiven van vermogen van box 3 naar box 2.” Impliciet het einde van box 3 en een uitnodiging voor vermogenden om te gaan boxhoppen. Wel sneu voor eigenaren voor vastgoed en ander vastzittend vermogen voor wie een overdracht aan een eigen bv of Open Fonds voor Gemene Rekening niet tot de mogelijkheden behoort. Over de JoJo- of Flits-box bovendien geen woord. Onbegrijpelijk blijf ik het vinden dat de termijn van 6 maanden in de anti-boxhopbepaling van artikel 2.14, 3-c IB niet inmiddels is verlengd naar 18 maanden.

Sterker nog, boxhoppen wordt alleen maar aantrekkelijker en de omslagpunten ten gunste van box 2 stijgen verder. Het tarief van box 3 stijgt immers naar 31%. Niet geheel onverwacht wordt het bezit van vermogen hiermee steeds zwaarder belast. Nadat in 2017 het vaste forfaitair rendement van 4% eindigde, draaien we met deze tariefsverhoging nu aan de tweede knop die de effectieve belastingdruk van de vermogensrendementsheffing bepaalt. Hopelijk geen voorbode wat er nog gaat komen. Het lage tarief van 37% in box 1 begint immers ook met een drie. Combineren we dit met een vermogenswinstbelasting in box 3 met eenzelfde winstbepaling als de vennootschapsbelasting en we hebben zo waar een globaal evenwicht tussen box 2 en box 3. Doordat de daling van het VPB-tarief naar 15% doorgaat, is de gecombineerde heffing VPB en box 2 immers ook afgerond 37%. Zeer benieuwd ben ik dan ook naar de toekomst van box 3 onder een volgend kabinet.

Drs. Jeroen Knol is partner O4 & Partners Private Office. Dinsdag 13 oktober 2020 verzorgt hij de masterclass vermogen in box 1, 2, 3.

Filed Under: Belastingplan, Blogs

Reageer
Vorige artikel
Blog | Prinsjesdag en de btw: let op internationale transacties
Volgende artikel
Blog | Aanpassing BPM-regels in Belastingplan

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Opinie | Woonplaatsonderzoeken: over de grens!

Verhuisd naar een land zonder of met een beperkt belastingverdrag met Nederland? Dan is de kans groot dat op enig moment de Belastingdienst op de stoep staat. Figuurlijk weliswaar, want het begint doorgaans met een ogenschijnlijk onschuldige vragenbrief. Wat volgt, is echter een onderzoek dat jaren kan duren, niet zelden uitmondend in een gerechtelijke procedure... lees verder

Opinie | Een pleidooi voor meer niet-inhoudelijke uitspraken

De complexiteit van belastingwetgeving is inmiddels een standaardklacht vanuit regering en parlement, maar ook vanuit de uitvoerende macht, de (fiscale) wetenschap en de (fiscale vak)media is een sterke roep om een eenvoudiger belastingstelsel te horen. Die complexiteit heeft veel oorzaken. Als orgaan dat rechtsregels formuleert die in de praktijk als algemeen geldend worden beschouwd, heeft... lees verder

Opinie | Is de bodemloze put gedempt?

Voortschrijdend inzicht is een goede zaak. Volgens dr. F.P.J. Snel is het Bodemlozeputarrest achterhaald.  In deze NTFR Opinie licht hij toe waarom.

Opinie | De prijs van vrijheid

Vrijheid is weer een thema in het Nederlandse belastingrecht. Wij gaan immers een ‘vrijheidsbijdrage’ betalen om de stijgende defensie-uitgaven te kunnen bekostigen. Maar belastingen voor defensie, moeten we dat nu een vrijheidsbijdrage noemen, vraagt prof. mr. dr. Hans Gribnau zich af in deze NTFR Opinie? Lees de hele NTFR/NDFR Opinie gratis via NDFR

Opinie | Enkele observaties over ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’

Het onderwerp ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ kent een niet-aflatende belangstelling. En dat is terecht, gelet op de bijzonder belangrijke positie die het onderwerp heeft voor de rechtsbescherming van een belanghebbende. Volgens mr. V.A. Burgers zou het goed zijn voor de praktijk als er een meer concrete richting is van wat normaliter tot de op... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Webinar Belastingplan 2027

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×