• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Hoge Raad werpt meer licht op de onzakelijke leningen-problematiek

13 februari 2017 door michel ruijschop

Op vrijdag 14 oktober 2016 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen inzake de onzakelijke leningen-problematiek. Een samenvatting van de uitspraak vindt u hier. De Hoge Raad geeft zijn oordeel over twee essentiële punten in het kader van die rechtspraak.

1. Onzakelijke leningen ‘opzij’

In de casus van het arrest was de debiteur van de lening een 80%-zustermaatschappij van belanghebbende, de crediteur. Zoals bekend is er in de literatuur discussie gevoerd over het antwoord op de vraag of een afwaardering van een dergelijke onzakelijke lening ‘opzij’ al dan niet ten laste van de winst kan worden gebracht. De prominente hoofdrolspelers in deze discussie waren Heithuis en Albert, waarbij Heithuis in het ‘wel’-kamp zat en Albert de ‘nee’-stemmers vertegenwoordigde. De Hoge Raad heeft nu in de duidelijke bewoordingen beslist dat een afwaardering op een onzakelijke lening aan een zustervennootschap niet ten laste van de winst kan worden gebracht. Heithuis had overigens naar mijn mening wel een valide punt, omdat de Hoge Raad in BNB 2013/149 de oorzaak van de niet-aftrekbaarheid van een onzakelijke lening aan een dochtervennootschap expliciet heeft gezocht bij de toepasselijkheid van de deelnemingsvrijstelling, die (in beginsel) niet geldt tussen zustervennootschappen. Maar kennelijk is er bij een onzakelijke lening meer aan de hand, en volgt de niet-aftrekbaarheid simpelweg uit het feit dat de afwaardering staat voor een tot uitdrukking komend risico dat omwille van aandeelhoudersmotieven (via de gezamenlijke aandeelhouder) is aanvaard. Overigens had de Hoge Raad dit reeds beslist in BNB 2015/141, dus echt nieuw is dit onderdeel niet.

 

2. Bijzondere omstandigheden

Wel nieuw, en interessant, is rechtsoverweging 2.4.3. van het arrest. Daarin formuleert de Hoge Raad een rechtsregel voor de invulling van het begrip ‘bijzondere omstandigheden’. In BNB 2012/37, één van de november-arresten waarin de Hoge Raad in feite het startschot heeft gegeven voor de rechtspraakontwikkeling inzake onzakelijke leningen, besliste de Hoge Raad dat een afwaardering op een onzakelijke lening niet aftrekbaar is, tenzij zich ‘bijzondere omstandigheden’ voordoen. De Hoge Raad merkt in de genoemde rechtsoverweging op dat een dergelijke bijzondere omstandigheid zich voordoet ‘indien tussen een schuldeiser en een schuldenaar sprake is van een zakelijke relatie die ook bij afwezigheid van een concernrelatie voor die schuldeiser van voldoende gewicht zou zijn geweest om een lening onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden te verstrekken en het daardoor belopen debiteurenrisico te aanvaarden.’ In deze zaak stond feitelijk vast dat er zakelijke relaties zijn ontstaan tussen de crediteur en de debiteur, die ertoe hadden geleid dat de crediteur personeel heeft uitgeleend aan de debiteur en opdrachten zelf heeft uitgevoerd. Het Hof had geoordeeld dat die omstandigheden zijn oorzaak vinden in de aandeelhoudersrelatie en niet in de schuldverhouding. De Hoge Raad heeft beslist dat die motivering onvoldoende is, en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Den Bosch. Daarmee komt de invulling van het begrip ‘bijzondere omstandigheid’ vooral neer op een bewijsspel, waarmee de partij met het beste verhaal de grootste succeskans heeft.

Filed Under: Blogs, Vpb & Div.bel, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Beter 22% van iets dan 25% van niets
Volgende artikel
Belastingontwijking: ongewenst maar ook altijd strafbaar?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

dga bonus

Standpunt toekennen aandelen met personeelslening en voorwaardelijke geldbonus

De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft een vraag beantwoord over de toepassing van artikel 10, eerste lid, onderdeel j, Wet Vpb 1969. De casus ziet op een toegekend recht om certificaten van aandelen met een (voorwaardelijke) geldbonus en personeelslening te verwerven.

belastingaanslag

Combinatiebrief massaal bezwaar belastingrentepercentage niet meer mogelijk

Bezwaren tegen de hoogte van het belastingrentepercentage waren eerder aangemerkt als massaal bezwaar. Wie het niet eens was met het toegepaste percentage op een voorlopige aanslag, kon via een combinatiebrief deelnemen aan deze procedure. Deze mogelijkheid bestaat inmiddels niet meer.

Opinie | ViDA – de fiscaal-digitale politiestaat komt eraan

Nederland, opgepast! ViDA komt eraan. Onlangs stuurde de staatssecretaris van Financiën het Nader Rapport inzake het voorstel van wet (Wet implementatie Richtlijn Btw in het digitale tijdperk – Enkele btw-registratie) naar de Koning. Het betreft de implementatie van de ViDA-richtlijn. Wie denkt dat ViDA alleen betrekking heeft op VAT (oftewel omzetbelasting), heeft het goed mis... lees verder

Tankstation

Kabinet staat open voor belasten van overwinsten, maar nu nog niet

Minister Heinen staat in principe open voor het belasten van overwinsten bij bedrijven die profiteren van de oorlogen in het Midden-Oosten, zoals oliebedrijven. Maar nu wil hij daar nog niet aan: eerst moet er nog een aantal stappen voor worden doorlopen.

Belastbare winst € 500.000 te hoog vastgesteld door inspecteur

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een bv in de kunsthandel de vereiste aangifte vpb 2019 niet heeft gedaan, omdat een absoluut en relatief aanzienlijk bedrag niet is aangegeven. De door de inspecteur gemaakte schatting van € 750.000 is echter niet redelijk; een schatting van € 250.000 wel.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Opleidingen

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×