• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Grote minderheidsaandeelhouder verhindert FE btw

27 juli 2021 door Remco Latour

Vereisen de statuten van een bv dat minimaal twee derde van de stemmen een bestuursbesluit goedkeurt? Dan vormt deze bv geen fiscale eenheid voor de omzetbelasting met een aandeelhouder die maar 51 procent van de aandelen houdt.

Begrip FE btw

De belastingplichtige voor de omzetbelasting is de btw-ondernemer. Daarbij kunnen twee of meer natuurlijke personen, lichamen of combinaties daarvan tellen als één btw-ondernemer. In dat geval is sprake van een zogeheten fiscale eenheid voor de btw (FE btw). Terwijl de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting optioneel is, geldt dat niet voor de FE btw. Zodra aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen twee of meer (rechts)personen verplicht een FE btw:

  • De natuurlijke personen of lichamen kwalificeren als btw-ondernemers.
  • Deze btw-ondernemers wonen of zijn gevestigd in Nederland of hebben in Nederland een vaste inrichting.
  • De btw-ondernemers zijn in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar verweven, dat zij een eenheid vormen.

Financiële verwevenheid

Aandelenvennootschappen zijn financieel met elkaar verweven als de meerderheid van de aandelen en de zeggenschap in elk van die vennootschappen (in)direct in dezelfde handen is. Lichamen waarvan het kapitaal niet is verdeeld in aandelen, zijn financieel met elkaar verweven als de financiële positie en/of de financiële gedragingen van het ene lichaam rechtstreeks afhankelijk zijn van of van invloed zijn op de financiële positie van het andere lichaam. Deze situatie doet zich voor als het ene lichaam een mate van zeggenschap heeft in het andere lichaam die minstens zo groot is als die van een meerderheidsaandeelhouder in een bv of nv. Bovendien moet dat ene lichaam met zijn zeggenschap de financiële posities tussen beide lichamen in een gewenste onderlinge verhouding kan brengen. Overigens meent Rechtbank-Zeeland-West-Brabant dat deze laatste eis alleen geldt voor lichamen zonder in aandelen verdeeld kapitaal.

Organisatorische verwevenheid

Vennootschappen zijn verweven in organisatorisch opzicht als zij onder een gezamenlijke, althans als een eenheid functionerende, leiding staan. Of als de leiding van de ene vennootschap feitelijk ondergeschikt is aan de leiding van een andere vennootschap. Het is niet voldoende als uitsluitend de statuten die ondergeschiktheid bepalen. De feiten en omstandigheden moeten de ondergeschiktheid onderbouwen. Het is wel zo dat men van organisatorische verwevenheid mag uitgaan als bij statutaire ondergeschiktheid dezelfde personen de betrokken lichamen besturen. Het leveren van tegenbewijs blijft echter mogelijk.

Economische verwevenheid

In de volgende drie gevallen is sprake van economische verwevenheid:

  • De activiteiten van de deelnemers strekken voor 50 procent of meer tot verwezenlijking van hetzelfde economisch doel.
  • De ene ondernemer oefent zijn activiteiten voor minstens 50 procent uit ten behoeve van de andere ondernemer.
  • Tussen de financieel en organisatorisch verweven ondernemers bestaan onderlinge economische betrekkingen die niet-verwaarloosbaar zijn.

Andere aandeelhouder verhindert ondergeschiktheid

In een zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant hadden een ziekenhuis en een schoonmaakbedrijf samen een joint venture bv opgericht. Deze bv leverde tegen vergoeding schoonmaakdiensten aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis hield 51 procent van de aandelen in de bv, het schoonmaakbedrijf de overige 49 procent. Het ziekenhuis en de joint venture bv menen een FE btw te vormen. Zowel de inspecteur als de rechtbank is het daar niet mee eens. In deze situatie ontbreekt de organisatorische verwevenheid. Het ziekenhuis heeft welk enige instructiebevoegdheid, maar dat is onvoldoende. Op grond van de statuten is namelijk voor een bestuursbesluit een meerderheid van twee derde van de stemmen nodig. Dat betekent dat het ziekenhuis afhankelijk is van de medewerking van het schoonmaakbedrijf. En dus is de bv onvoldoende ondergeschikt aan het ziekenhuis.

Beschikking FE btw

Strikt genomen gaat een FE btw in op moment dat de ondernemers materieel gezien voldoen aan de voorwaarden. Zij mogen vanaf dat moment ook als zodanig handelen. Maar als zij dat niet doen, mag de Belastingdienst hen dat niet tegenwerpen. Als de inspecteur zulke handelingen wil kunnen afdwingen, zal hij een beschikking FE btw moeten afgeven. Vanaf de eerste dag van de maand na de maand waarin de fiscus de beschikking heeft afgegeven, moeten de btw-ondernemers als FE btw handelen. Overigens kan men in bezwaar en beroep gaan tegen een beschikking FE btw.

Begin, wijziging en einde van FE btw

Op het moment dat een FE btw tot stand komt, treedt deze FE btw in de plaats van de btw-ondernemers waaruit zij bestaat. De FE btw neemt bijvoorbeeld de herzieningstermijnen over van de participerende btw-ondernemers. Ook bij de toetreding van een natuurlijk persoon of een lichaam tot de FE btw neemt de uitgebreide FE btw de omzetbelastingpositie van de toetreder over. Als niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van de FE btw, eindigt zij van rechtswege. De natuurlijke personen en lichamen waaruit de FE btw bestond, treden voor het aandeel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort in de plaats van de FE btw. Als een natuurlijk persoon of lichaam de FE btw verlaat, heeft dat een vergelijkbaar effect. Melden de btw-ondernemers het einde van de FE btw niet aan de Belastingdienst? Dan blijven zij hoofdelijk aansprakelijk voor de omzetbelastingschulden van de FE btw.

Wet: art. 43, eerste lid IW 1990 en art. 7, vierde lid Wet OB 1968

Beschikking: art. 3a Uitv.besch. OB

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 juli 2021 (gepubliceerd 23 juli 2021), ECLI:NL:RBZWB:2021:3550, BRE 18/1959

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Aantal aanvragen NOW daalt fors
Volgende artikel
De wijzigingen van NOW-4

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Wet betaalbare huur

Onvoorziene omstandigheden rechtvaardigen alsnog 2%-tarief overdrachtsbelasting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een man toch recht heeft op het 2%-tarief overdrachtsbelasting voor een woning die hij nooit als hoofdverblijf gebruikt. De combinatie van financiële druk en mentale problemen vormt een onvoorziene omstandigheid na de verkrijging.

Wijziging Besluit Ondernemingsfaciliteiten: verruiming voortzettingseis binnen concern

Met dit besluit wijzigt de staatssecretaris van Financiën het Besluit Ondernemingsfaciliteiten. De wijziging herstelt een onbedoelde beperking die was ontstaan bij de actualisatie van het besluit per 17 oktober 2024 en verruimt de toepassing van twee vrijstellingen in de overdrachtsbelasting.

Inpandige praktijkruimte is aanhorigheid van de woning

Een voormalige huisartsenpraktijk in een villa is een aanhorigheid bij de woning. Daarom geldt voor de hele verkrijging het lage tarief van 2% overdrachtsbelasting.

Kabinet ziet geen reden af te zien van btw-verhoging sierteelt

Specifiek voor de vergroening van de publieke ruimte geldt daarnaast dat voor gemeentes en provincies btw-uitgaven voor openbaar groen onder het btw compensatiefonds compensabel zijn. Dit betekent dat het overbrengen van sierteelt naar het algemene btw-tarief voor gemeentes en provincies niet tot een hogere btw-last leidt.

ViDA: e-facturatie dwingt adviseur nu al tot actie

De BTW-richtlijn ViDA maakt e-facturatie en digitale rapportage verplicht. Hoewel de deadline op 1 juli 2030 ligt, moeten ondernemers en adviseurs zich nu al voorbereiden.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Masterclass Overdrachtsbelasting

AGENDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Stoomcursus Tax accounting

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Belastingcontrole met steekproeven vs Tax Monitoring

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Online cursus Familiestichting en family governance

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×