• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Is bestuurdersaansprakelijkheid voor btw-schulden te streng?

9 oktober 2023 door Remco Latour

Mr. Richard Beune geeft zijn precommentaar op het arrest waarin de Hoge Raad prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de EU over de regeling met betrekking tot bestuurdersaansprakelijkheid voor btw-schulden.

De ontvanger van de belastingen heeft een bestuurder van een holding met een werkmaatschappij aansprakelijk gesteld. De werkmaatschappij heeft namelijk  naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting niet betaald. Hof Den Haag (NTFR 2021/2835) heeft geoordeeld dat de werkmaatschappij niet aan de meldingsplicht inzake de betalingsonmacht heeft voldaan. Volgens het hof is de bestuurder daarom terecht aansprakelijk gesteld, zij het voor een lager bedrag. In cassatie bestrijdt de bestuurder (onder meer) de zware wettelijke sanctie die volgt op het niet (tijdig) melden van betalingsonmacht. Die sanctie strookt volgens hem niet met het evenredigheidsbeginsel.

Terechte aansprakelijkstelling voor loonheffingen

Volgens de Hoge Raad is de zware sanctie door de wetgever bedoeld en voorzien. Op grond van de wettelijke regeling staat het de ontvanger niet vrij om af te zien van aansprakelijkstelling of om de aansprakelijkheid te matigen. Dit betekent dat bij de toepassing van de regeling geen belangenafweging mag plaatsvinden. Daarom kan de regeling niet op grond van het nationale evenredigheidsbeginsel buiten toepassing blijven. Dit betekent dat hij terecht aansprakelijk is gesteld voor de loonbelastingschulden.

Groot praktisch belang van meldingsplicht

Wat betreft de aansprakelijkheid voor de omzetbelastingschulden, heeft de Hoge Raad Unierechtelijke twijfel. Volgens de Hoge Raad komt de wettelijke regeling op het punt van de meldingsplicht van betalingsonmacht erop neer dat een bestuurder alleen in geval van overmacht of als hij te goeder trouw is afgegaan op het advies van een deskundige derde, aannemelijk zal kunnen maken dat het niet (tijdig) melden van de betalingsonmacht niet aan hem is te wijten. Dit zijn zulke bijzondere omstandigheden dat de bestuurder bijna nooit zal mogen bewijzen dat het niet aan zijn wijze van besturen heeft gelegen dat de rechtspersoon zijn belastingschulden niet kan betalen. Daardoor is het bij het niet voldoen aan de meldingsplicht voor een bestuurder in de praktijk uiterst moeilijk om te ontkomen aan aansprakelijkheid.

Prejudiciële vragen aan Hof

De Hoge Raad vraagt zich af of de wettelijke regeling om deze reden strijdig is met het EU-rechtelijke evenredigheidsbeginsel. Daarom schorst de Hoge Raad het geding en legt de volgende vragen voor aan het Hof:

  • Verzet het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel zich tegen een regeling die het voor een bestuurder van een lichaam dat niet (juist) heeft voldaan aan zijn verplichting tot melding van betalingsonmacht aan de fiscus, in de praktijk uiterst moeilijk maakt te ontkomen aan aansprakelijkheid voor (omzet)belastingschulden van het lichaam?
  • Is voor het antwoord op de eerste vraag van belang of de bestuurder te goeder trouw heeft gehandeld doordat hij met de zorgvuldigheid van een bedachtzame ondernemer te werk is gegaan, hij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt, en zijn betrokkenheid bij misbruik of fraude is uitgesloten?

Reactie mr. Richard Beune

Taxence vroeg mr. R.B.H. Beune, advocaat-belastingkundige en partner bij BeuneFaber Advocaten-Belastingkundigen om een reactie.

Soms leest een arrest als een spannend boek. Bij het bestuderen van het arrest bekruipt je het gevoel: waar gaat dit eindigen. De bestuurder is aansprakelijk wegens niet melden. Omdat voor een deel van de periode waarvoor hij wordt aangesproken hij als gewezen bestuurder moet worden aangemerkt, behoeft de bestuurder door dat deel van de aansprakelijkstelling niet te bewijzen dat het niet melden niet aan hem is te wijten. De bestuurder wordt direct toegelaten tot het weerleggen van kennelijk onbehoorlijk bestuur. En daarin slaagt hij! Echter voor een deel van de aansprakelijkheid kan hij niet aantonen dat het niet melden niet aan hem te wijten is. Met andere woorden: hij is aansprakelijk en de Ontvanger en rechter kan dat niet matigen. En dan ontstaat de spanning in de casus.

Aansprakelijkheid rust op ontbreken tegenbewijsregeling

Het geslaagde verweer tegen kennelijk onbehoorlijk bestuur ziet op feiten en omstandigheden, die zich voordeden toen de bestuurder de vennootschap leidde. Met andere woorden: zijn bestuur was zoals een redelijk denkend bestuurder zou doen. Maar omdat hij voor de periode dat hij bestuurde niet wordt toegelaten tot weerleggen van kennelijk onbehoorlijk bestuur, is hij aansprakelijk. Deze casus legt mooi een probleem in art. 36 Invorderingswet 1990 bloot. Het roept ook de vraag op of de meldingsregeling en de daaraan verbonden consequenties nog van deze tijd zijn. Deel 1 van dit spannende boek is tot een einde gekomen. Door de verwijzing naar het Europees Hof gaat rechtsontwikkeling komen. Hoe dat vorm gegeven zal worden, zal blijken in deel 2 van deze casus.

Binnenkort verschijnt een uitgebreid commentaar van Richard Beune in NTFR. Nog geen abonnee? Klik dan hier om 3 maanden kennis te maken met NTFR.

Wet: art. 36 Iw 1990

Bron: Hoge Raad 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371, 21/03566

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 13 oktober 2023
Volgende artikel
Lening zakelijk door indirect zekerheidsrecht

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

douanerechten online bestellingen buiten eu

Tweede Kamer neemt wetsvoorstel over btw in digitale tijdperk aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie als hamerstuk aangenomen. Dit wetsvoorstel implementeert het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van de Richtlijn (EU) 2025/516 inzake btw in het digitale tijdperk (VIDA). Dit onderdeel ziet op de verdere uitbreiding van de bestaande éénloketregelingen (OSS) in de btw. In dit... lees verder

advocaat

Btw op juridische kosten voor concern pro rata aftrekbaar

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de btw op juridische kosten rond strafrechtelijke onderzoeken pro rata aftrekbaar is. De kosten houden verband met de algemene economische activiteiten van de onderneming.

declaraties

Twijfel over facturen blokkeert aftrek voorbelasting

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een bv onvoldoende aannemelijk maakt dat zij recht heeft op de volledige aftrek van voorbelasting. De inspecteur heeft de niet-onderbouwde voorbelasting daarom terecht nageheven.

Hospice

Hospiceprestatie niet vrijgesteld van btw

Hof Den Haag oordeelt dat de prestatie van een low care hospice één ondeelbare hospiceprestatie vormt. De prestatie is niet vrijgesteld van btw, waardoor het hospice recht heeft op aftrek van de btw op de bouwkosten.

online platform schijnzelfstandigheid

Kabinet kiest voor elektronisch factureren en rapporteren

Het kabinet wil elektronische facturatie en digitale rapportage ook verplicht stellen voor binnenlandse transacties tussen ondernemers. Daarmee wil het de digitale economie versterken, administratieve lasten verminderen en btw-fraude effectiever bestrijden. Vanaf 1 juli 2030 moeten ondernemers voor binnenlandse B2B-transacties elektronische facturen versturen. Vanaf 1 juli 2031 moeten zij een selectie van gegevens uit deze facturen... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Nationaal Btw Congres 2026

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×