De overdracht van een woningcomplex tussen twee woningcorporaties kwalificeert als taakoverdracht. Daarom geldt de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV.
Een woningcorporatie draagt op 31 oktober 2023 een complex met 70 woningen, 5 vitrines en 8 bergingen over aan een andere woningcorporatie. Tegelijk wordt een lening overgedragen via contractoverneming en objectieve novatie. Beide corporaties zijn toegelaten instellingen in de zin van de Woningwet en ook aangemerkt als ANBI. De woningen worden verhuurd als sociale huurwoningen. De verkrijgende corporatie voldoet bij de overdracht € 767.988 aan overdrachtsbelasting op aangifte. Volgens de corporatie is echter sprake van een taakoverdracht in de volkshuisvesting, waardoor de vrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV geldt. De inspecteur wijst dit standpunt af. In geschil is of de overdracht van het woningcomplex kwalificeert als een taakoverdracht.
Overdracht van taakonderdeel
Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt voorop dat bij een taakoverdracht alle activa en passiva die betrekking hebben op de overgedragen taak moeten worden overgedragen, zonder dat commerciële factoren een rol spelen. De rechtbank oordeelt dat hiervan sprake is. De overdracht betreft namelijk niet alleen de onroerende zaken zelf, maar ook de bijbehorende organisatie van het beheer. De verkrijgende corporatie neemt onder meer huurdersdossiers over en zet het intensieve beheer van de woningen voort. Daarmee draagt de verkopende corporatie een onderdeel van haar volkshuisvestelijke taak over. Dat het formeel om één woningcomplex gaat, betekent volgens de rechtbank niet dat slechts losse onroerende zaken worden overgedragen.
Vrijstelling overdrachtsbelasting
Volgens de rechtbank vormt het complex een zelfstandig onderdeel van de volkshuisvestingstaak van de verkopende corporatie. De woningen liggen in een afgebakend gebied en de verkrijgende corporatie beschikt over een uitgebreid netwerk van woonconsulenten, buurtbeheerders en samenwerkingspartners om het beheer voort te zetten. Daardoor is sprake van een overdracht van een taakonderdeel en niet slechts van de exploitatie van onroerende zaken. De rechtbank concludeert daarom dat is voldaan aan de voorwaarden van art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV en art. 5d Uitvoeringsbesluit Wet BRV. De vrijstelling van overdrachtsbelasting is van toepassing. Het beroep is gegrond en de inspecteur moet € 764.868 aan overdrachtsbelasting teruggeven.
Wet: art. 15 lid 1 onderdeel h Wet BRV en art. 5d Uitvoeringsbesluit Wet BRV
GenIA-L jurisprundentieonderzoek
Vind en analyseer relevante rechtspraak in minuten. Een uitspraak van vandaag is vanaf morgen te vinden in GenIA-L!





Geef een reactie