• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Begrip internationaal verkeer verschilt per verdrag

16 september 2020 door Remco Latour

piloot buitenland

Als een werknemer actief is in het internationaal verkeer, kan dat bepalend zijn voor de vraag welke land mag heffen over zijn loon. De definitie van ‘internationaal verkeer’ kan per verdrag verschillen, maar daar moet de werknemer zich bij neerleggen.

Een man woonde in Nederland en was sinds 20 april 2015 werkzaam als piloot voor een Limited (Ltd.). Zijn standplaats was in het Verenigd Koninkrijk (VK). In 2015 werkte de man 136 dagen. Op 81 dagen ging het om internationale vluchten. Op de resterende 55 dagen was de piloot werkzaam in het VK. De loonstroken van de piloot vermelden naast het salarisbedrag ook bedragen in verband met diverse ‘allowances’. De man en de inspecteur verschillen van mening over het antwoord op de vraag of:

  • Nederland mag heffen over het loon voor de 55 “bijzondere” dagen; en
  • de ‘allowances’ tot het fiscale loon behoren.

Begrip internationaal verkeer

Op grond van het belastingverdrag met het VK heft alleen het woonland over loon van bemanningsleden van internationaal luchtverkeer. De man meent echter dat op de bijzondere dagen geen sprake was van internationaal verkeer. Volgens hem zou daardoor alleen het VK mogen heffen over het loon over die dagen. Rechtbank Noord-Holland haalt de tekst van het belastingverdrag erbij. Dit verdrag omschrijft het begrip ‘internationaal verkeer’ als alle vervoer met een schip of luchtvaartuig dat een onderneming van een verdragsluitende staat exploiteert. Wanneer de onderneming het schip of luchtvaartuig uitsluitend exploiteert tussen plaatsen in de andere verdragsstaat is geen sprake van internationaal verkeer. In deze zaak is de onderneming gevestigd in het VK en exploiteert zij het vliegtuig niet alleen tussen plaatsen in Nederland. Dus is sprake van internationaal verkeer. Dat sommige belastingverdragen een andere, voor de piloot gunstigere definitie van internationaal verkeer hanteren, is niet relevant.

Belaste vergoeding

Verder meent de rechtbank dat de piloot moet bewijzen dat de ‘allowances’ die hij van zijn werkgever ontvangt onbelaste vergoedingen zijn. De man slaagt daar niet in Daarom oordeelt de de rechtbank dat de ‘allowances’ tot het fiscaal loon van de piloot behoren.

Verdrag: art. 3, eerste lid, onderdeel h en 14 Verdrag NL-VK

Wet: art. 31a Wet LB 1964

Bron: Rechtbank Noord-Holland 28 augustus 2020 (gepubliceerd 7 september 2020), ECLI:NL:RBNHO:2020:6624, AWB 19/5275

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Brief verlenging betalingsuitstel, aanvragen vóór 1 oktober
Volgende artikel
Fiscale moties en toezeggingen

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×