• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

NL mag tekengeld uitgeleende Belgische voetballer belasten

11 juli 2022 door Remco Latour

Een eenmalig bedrag aan tekengeld voor de terbeschikkingstelling van een sporter is belast met Nederlandse loonheffing als de dienstbetrekking in Nederland wordt verricht.

Een Belgische betaaldvoetbalorganisatie (BVO), had in 2010 een van haar voetballers uitgeleend aan een Nederlandse BVO. Deze voetballer woonde in België. Op 30 juli 2010 sloten de Belgische BVO en de voetballer een spelersovereenkomst die een oudere overeenkomst verving. De voorwaarden bleven hetzelfde met uitzondering van de toevoeging van een eenmalig tekengeld van € 350.000. Op 2 augustus 2010 ondertekenden de Belgische BVO en de voetballer een addendum bij de nieuwe spelersovereenkomst. Dat addendum verwees naar terbeschikkingstelling van de voetballer aan de Nederlandse BVO in het seizoen 2010/2011. Op 3 augustus 2010 kwamen de Belgische en de Nederlandse BVO overeen dat de Nederlandse BVO de voetballer ter beschikking kreeg gesteld.

Hof kent heffingsrecht toe aan Nederland

Vervolgens kwam de vraag op welk land mocht heffen over het eenmalige tekengeld. Hof Arnhem-Leeuwarden heeft geoordeeld dat Nederland bevoegd is om loonbelasting te heffen over 11/12e deel van het eenmalige tekengeld dat vóór de uitlening is overeengekomen en door de voetballer in België is genoten. Dat vloeit voort uit artikel 17 Verdrag Nederland-België. De Nederlandse BVO is als inhoudingsplichtige daarover loonbelasting verschuldigd. Zie ook NTFR 2021/1822.

Dienstbetrekking is in Nederland vervuld

De Belgische BVO gaat in cassatie tegen de hofuitspraak, echter zonder succes. Uit vaste jurisprudentie volgt namelijk dat tekengelden loon vormen, ook voor de bepaling van het belastbaar buitenlands loon. Er is ook sprake van het vervullen van een dienstbetrekking in Nederland, als uit een (arbeids)overeenkomst volgt dat de werknemer de arbeid in Nederland zal verrichten. Daaraan doet niet af dat de arbeid nog niet is aangevangen. Aan een toerekening van tekengeld aan in Nederland te verrichten werkzaamheden staat evenmin in de weg dat het tekengeld vóór aanvang van de werkzaamheden in Nederland reeds vorderbaar en inbaar is geworden. Het oordeel van het hof dat men het heffingsrecht over het eenmalige tekengeld moet verdelen op basis van artikel 17 Verdrag Nederland-België is ook correct. De Hoge Raad verwijst daarvoor naar de gronden in de onderdelen 5.11 t/m 5.13 van de conclusie van A-G Wattel in deze zaak (zie NTFR 2022/426).

Verdrag: art. 17 Verdrag NL-België

Wet: art. 7.2, tweede lid, onderdeel b Wet IB 2001

Bron: Hoge Raad 8 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:1041, 21/02654

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Loonheffingenspecialist mr. Hans de Vries zoomt in op de internationale aspecten van de loonheffingen. Daarbij onder meer aandacht voor belastingplicht van niet in Nederland wonende werknemers, inhoudingsplicht voor niet in Nederland gevestigde werkgevers, internationale sociale zekerheid, de internationale aspecten van de werkkostenregeling en de 30%-regeling. Ook komen praktische zaken aan de orde die een rol spelen in de loonadministratie voor grensoverschrijdende werknemers en wordt aandacht besteed aan de salary split.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Brutobedrag verhuurderheffing verlaagt fiscale winst
Volgende artikel
'Belastingdienst schond regels bij Uber'

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×