De rechtbank is dan ook van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de aanslag terecht is opgelegd. Nu eiseres geen concrete beroepsgronden heeft ingediend, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de aanslag. Het beroep is kennelijk ongegrond.
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:6961&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken
Geef een reactie