• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BV8203, Hoge Raad, CPG 11/03597

3 september 2012 door redactie

CONCLUSIE PG Feiten: de belanghebbende is moeder van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een gevoegde dochter bemiddelt ter zake en verleent diensten aan scheepvaart-cv’s. Daartoe onderhoudt zij contact met rederijen om opdrachten te verwerven en werft zij beleggers die willen participeren. In de periode tussen de oprichting van een scheepvaart-cv en de toetreding van participanten is die dochter beherend vennoot van de cv. De dochter wordt voor haar werkzaamheden betaald door de cv. In geschil is of deze vergoedingen onder de tonnageregeling (art.3.22 Wet IB 2001) vallen. De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de tonnageregeling niet geldt voor de door de belanghebbende van de scheepvaart-cv’s ontvangen vergoedingen. A.-G. Wattel meent ad. middel 1 dat het Hof voorbij kon gaan aan de stelling dat de ontvangen vergoedingen materieel winstverdeling dan wel een exploitatie-arbeidsbeloning zijn, nu het enkel gaat om de vraag of belanghebbendes werkzaamheid de exploitatie van schepen betreft of daarmee rechtstreeks verband houdt. Het Hof heeft vervolgens dat dat niet het geval is. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Dat de belanghebbende ten tijde van de ontvangst van de vergoeding (nog) beherend vennoot is, verandert de aard van haar werkzaamheid niet. Middel 2 stelt dat het Hof ten onrechte acht heeft geslagen op richtsnoeren van de Europese Commissie ter zake van overheidssteun aan zeevervoer. Het lijkt volgens de A.-G. feitelijke grondslag te ontberen, nu het Hof zijn uitleg van art. 3.22(4) Wet IB 2001 niet slechts heeft gebaseerd op de richtsnoeren van de Commissie, maar deze mede in aanmerking heeft genomen bij een EU-recht-conforme uitleg van de Nederlandse wet, welke wet onderworpen was aan Commissie-onderzoek op verenigbaarheid met EU-recht. Voor zover het middel feitelijke grondslag zou hebben, heeft de belanghebbende er geen belang bij, nu uit ’s Hofs uitspraak volgt dat die uitspraak hetzelfde zou hebben geluid indien geen acht was geslagen op de richtlijnen, e

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BV8203

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BV8113, Hoge Raad, 11/00458
Volgende artikel
LJN: BV8118, Hoge Raad, 11/01630

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

faillissement

Onzakelijke tbs-lening blokkeert afwaardering

Hof Den Haag oordeelt dat een lening aan de eigen bv civielrechtelijk wel bestaat, maar fiscaal onzakelijk is. Daardoor is de afwaardering van de vordering niet aftrekbaar in box 1.

ECLI:NL:RBZWB:2026:2473 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-04-2026, 25/1615

Motorrijtuigenbelasting, beroep ongegrond Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2473&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Provisie via schijntransactie belast als ROW

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat als schilderijtransactie vermomde betalingen terecht als resultaat uit overige werkzaamheden zijn belast.

ECLI:NL:RBMNE:2026:1315 Rechtbank Midden-Nederland, 16-02-2026, UTR 24/8019

Parkeerbelasting. Mondelinge uitspraak. De heffingsambtenaar heeft niet aannemelijke gemaakt dat de kostenraming deugdelijk is. Het beroep is gegrond. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:1315&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:2544 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-04-2026, 24/6539

8:54 Awb, kennelijk niet-ontvankelijk. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2544&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×