• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BZ6599, Gerechtshof ‘s-Gravenhage, BK-12/00290 en BK-12/00291

8 april 2013 door redactie

Inkomstenbelasting. Terbeschikkingstelling. Partijen hebben de koopsom van € 495.000 uitsluitend bedoeld als tegenprestatie voor de op termijn te leveren onroerende zaken en partijen hebben hiermee geen vergoeding beoogd voor het recht van gebruik van de onroerende zaken. Een zakelijke vergoeding voor het ter beschikking stellen van de onroerende zaken moet jaarlijks in aanmerking worden genomen. Het Hof verwerpt dan ook het door de inspecteur ingenomen standpunt dat een bedrag van € 495.000 dan wel € 363.427 in 2002 tot het resultaat uit overige werkzaamheden moet worden gerekend. De omvang van de uiteindelijke koopsom voor de onroerende zaken staat niet vast. De koopprijs kan naar beneden worden bijgesteld. Onder die omstandigheid zijn er nog zoveel onzekerheden ten aanzien van de omvang van het te behalen resultaat met betrekking tot de onroerende zaken, dat het voorzichtigheidsbeginsel meebrengt dat het resultaat pas verantwoord behoeft te worden op het tijdstip van levering van de onroerende zaken. Er bestaat dan ook geen reden voor het in aanmerking nemen van een boekwinst op de onroerende zaken in 2002.

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BZ6599

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BZ6591, Gerechtshof 's-Gravenhage, BK-12/00054
Volgende artikel
LJN: BZ5482, Rechtbank Breda, 12/4961

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Btw-herziening op vastgoeddiensten vanaf 2026

Vanaf 1 januari 2026 geldt een nieuwe herzieningsregeling voor investeringsdiensten bij verbouwings- en onderhoudsprojecten aan onroerende zaken. Ondernemers moeten de aftrek van voorbelasting dan vijf jaar volgen en zo nodig corrigeren. In deze Tax Talks focusuitzending bespreken mr. Carola van Vilsteren en presentator mr. Richard Bierlaagh wanneer btw moet worden terugbetaald en wanneer juist extra aftrek mogelijk is.

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

onzakelijke lening

Lening via eigen bv met te lange looptijd geen eigenwoningschuld

Rechtbank Gelderland oordeelt dat twee leningen van een dga bij zijn eigen bv niet kwalificeren als eigenwoningschuld. Doordat in de contracten opnieuw een looptijd van 360 maanden is afgesproken, wordt de maximale termijn van art. 3.119c Wet IB 2001 overschreden.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

ECLI:NL:RBGEL:2026:995 Rechtbank Gelderland, 11-02-2026, AWB 25_145

Inkomstenbelasting. Vanuit de bank naar de eigen B.V. overgesloten geldleningen (die vrij kort daarna volledig zijn afgelost) vormen geen eigenwoningschuld in de zin van artikel 3.119c van de Wet IB 2001. De leningen voldoen niet aan het vereiste dat de totale looptijd van de lening maximaal 360 maanden mag bedragen. Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:995&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×