• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

183-dagenregeling kent harde voorwaarden

21 april 2017 door Remco Latour

Als een werknemer in een verdragsland werkt, kan hij geen beroep doen op het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting. En als hij in het buitenland minder dan 183 dagen verblijft voor een werkgever die daar niet is gevestigd, heeft hij in beginsel evenmin recht op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.

Onlangs moest Hof Den Haag een en ander nog eens benadrukken. Een werknemer had in 2011 en 2012 in diverse landen werkzaamheden verricht voor een werkgever die in Nederland was gevestigd. Zo werkte de man in 2012 144 dagen in Nigeria. De man vond dat hij recht had op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting conform het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (Bvdb 2001). Dit besluit geldt echter alleen als geen belastingverdrag van toepassing is. Met alle landen waarin de man werkzaam was geweest, had Nederland een verdrag gesloten. Al deze verdragen kenden bovendien de 183-dagenregeling. Op grond van deze regeling zijn inkomsten uit dienstbetrekking uitsluitend belast in de woonstaat als;

  • de werknemer niet meer dan 183 dagen in de werkstaat verblijft;
  • het loon is betaald door een werkgever die niet is gevestigd in de werkstaat; en
  • het loon niet ten laste is gekomen van het resultaat van een vaste inrichting in de werkstaat.

Op grond van de omstandigheden wezen de belastingverdragen het heffingsrecht aan Nederland toe. De Belastingdienst hoefde de man geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te verlenen.

 

Wet: artikel 38, eerste lid AWR

Besluit: artikel 1, tweede lid Bvdb 2001

Verdrag: artikel 15, tweede lid Belastingverdrag NL – Nigeria

Meer informatie: Hof Den Haag 5 april 2017 (gepubliceerd 19 april 2017), ECLI:NL:GHDHA:2017:951

Filed Under: Arbeid & loon, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Wiebes: niets geheimzinnigs aan Nederlandse APA-/ATR-praktijk
Volgende artikel
Toch maar hypotheek aanhouden?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

onbelaste vergoeding auto opladen

Standpunt vergoeding ERE-certificaten opladen elektrische auto van de zaak

De Kennisgroep loonheffing algemeen heeft een standpunt ingenomen naar aanleiding van de vraag of een vergoeding voor ERE-certificaten loon vormt voor de werknemer die een elektrische auto van de zaak thuis oplaadt.

Wet DBA zzp

Standpunt thuiswerkdrempel in Verdrag Nederland-Duitsland

De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft vragen beantwoord over de thuiswerkdrempel in het verdrag Nederland – Duitsland, die sinds 1 januari 2026 van kracht is.

Standpunt kwalificatie Spaans FCR

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Spaans Fondo de Capital Riesgo vergelijkbaar is.

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Standpunt kwalificatie Curaçaose naamloze vennootschap

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Curaçaose naamloze vennootschap vergelijkbaar is.

dga-salaris

Gepensioneerde dga ontkomt niet aan gebruikelijk loon

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de dga geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die een lager gebruikelijk loon dan het normbedrag van € 47.000 rechtvaardigen. Dat hij met pensioen is en de bedrijfsactiviteiten zijn afgebouwd, is daarvoor onvoldoende.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Gebruikelijk loon 2026

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Pitstop Actualiteiten Loonheffing

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×