In 2024 trokken huiseigenaren bij hun belastingaangifte in totaal € 24,8 miljard van hun inkomen af vanwege hun woning, 7 procent meer dan een jaar eerder. Het bedrag aan aftrek eigen woning nam daarmee voor het tweede jaar op rij toe en leverde woningbezitters een belastingvoordeel van € 9,5 miljard op.
Het grootste deel, 94 procent, betreft de hypotheekrenteaftrek; de rest komt van de Hillen-aftrek, waarvan met name huiseigenaren met een lage hypotheekschuld profiteren. De recente stijging hangt vooral samen met hogere hypotheekrentes en grotere hypotheekschulden.
Het belastingvoordeel door de aftrek eigen woning steeg in 2024 met € 0,6 miljard, na jaren van daling. Die eerdere daling werd veroorzaakt door lagere hypotheekrentes en de afbouw van zowel de hypotheekrenteaftrek als de Wet Hillen.
Het gebruik van de aftrek eigen woning neemt toe met de leeftijd tot ongeveer 65 jaar en daalt daarna weer. Huishoudens van 55 tot 65 jaar maken het vaakst gebruik van de regeling, met een totale aftrek van 5,2 miljard. Het grootste bedrag aan aftrek gaat naar huishoudens van 45 tot 55 jaar, met 6,3 miljard. Oudere huishoudens profiteren relatief vaak van de Wet Hillen, omdat zij gemiddeld lagere of afgeloste hypotheekschulden hebben.
Het grootste deel van het belastingvoordeel gaat naar de huishoudens met de hoogste inkomens. Van de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens maakt 91 procent gebruik van de aftrek eigen woning, en 49 procent van het totale belastingvoordeel van 9,5 miljard komt bij deze groep terecht. Bij de 20 procent huishoudens met de laagste inkomens komt slechts 1 procent van het totale belastingvoordeel terecht, mede doordat maar 13 procent van deze groep gebruikmaakt van de regeling. Relatief gezien is het voordeel voor lagere inkomens belangrijker: hun belastingheffing wordt gemiddeld met 27 procent verlaagd, tegenover 5 procent bij de hoogste inkomensgroep.
Bron: CBS, 23 januari 2026





Geef een reactie