• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Alleen wijziging in bouwkundige constructie maakt nieuwbouw

4 november 2022 door Remco Latour

werkzaamheden als zzp'er

Prof. mr. dr. Jeroen Bijl geeft zijn precommentaar op een arrest waarin de Hoge Raad het begrip ‘in wezen nieuwbouw’ voor de omzetbelasting nader toelicht. Alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie kunnen leiden tot ‘in wezen nieuwbouw’.

Een S.À R.L. had op 14 december 2018 een ongebruikt hotelgebouw gekocht. De verkoper had dit gebouw als kantoorgebouw verkregen op 3 november 2015 en verbouwd tot hotelgebouw. Volgens de S.À R.L. had de verbouwing in wezen tot nieuwbouw geleid. Daardoor zou de levering belast zijn met btw, maar vrijgesteld van overdrachtsbelasting. De Belastingdienst betwistte echter dat hier sprake was van nieuwbouw. De partijen brachten vervolgens het geschil voor Rechtbank Zeeland West-Brabant (zie NTFR 2022/998). De rechtbank stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de criteria die zij moest hanteren. Meer specifiek wilde zij weten hoe belangrijk de volgende criteria waren:

  • Wijzigingen in de bouwkundige identiteit/uiterlijke herkenbaarheid.
  • Veranderingen in de bouwkundige constructie;
  • Wijzigingen in functie in de zin van aanwendingsmogelijkheden.
  • De grootte van de gedane investeringen en/of de door verbouwing gerealiseerde meerwaarde.

Verbouwing leidt niet zo snel tot nieuwbouw

De Hoge Raad antwoordt als volgt. Met de woorden ‘in wezen nieuwbouw’ wordt tot uitdrukking gebracht dat door verbouwingswerkzaamheden een vervaardigd – en dus een in wezen nieuw – gebouw moet zijn ontstaan. Daarvoor moet men vaststellen wat er in bouwkundig opzicht met het bestaande gebouw is gebeurd. Alleen wijzigingen in de bouwkundige constructie kunnen ertoe leiden dat een verbouwing zo ingrijpend is geweest dat daardoor in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. Een verbouwing zal niet snel zó ingrijpend zijn dat daarvan sprake is. De andere factoren die de rechtbank heeft genoemd, kunnen erop wijzen dat een verbouwing in bouwkundig opzicht zo ingrijpend is geweest, dat in wezen een nieuw gebouw is ontstaan. Maar deze criteria zijn niet doorslaggevend en evenmin noodzakelijk.

Precommentaar prof. mr. dr. Jeroen Bijl

Taxence vroeg prof. mr. dr. Jeroen Bijl, Associate Partner (Indirect Tax) bij Ernst & Young Belastingadviseurs LLP om een precommentaar.

Met zijn arrest van 4 november lijkt de Hoge Raad de lat om te komen tot “in wezen nieuwbouw” hoger te leggen en de daarvoor echt relevante factoren terug te brengen tot alleen de bouwkundige constructie; de andere factoren zijn meer illustratief. Een verbouwing zal daarmee niet snel tot “in wezen nieuwbouw” leiden. Voor de transformatieprojecten van commerciële ruimten naar woningen is dat een plezierige conclusie, omdat de kopers bij de levering van dergelijke (niet-nieuwe) woningen geen btw hoeven te betalen maar wel overdrachtsbelasting (naar het lage tarief).

Transformatie naar commerciële functie

Voor transformatieprojecten die leiden tot een commerciële functie is het arrest minder gunstig omdat als geen sprake is van (in wezen) nieuwbouw het niet kunnen toepassen van de samenloopvrijstelling voor de overdrachtsbelasting, tegen het hogere standaardtarief, een forse kostenpost kan vormen. Ondanks dat het arrest (gelukkig) meer duidelijkheid geeft over de relevante criteria, blijft het noodzakelijk voor transformatieprojecten een grondige fiscale analyse te doen, alleen al omdat het bij vastgoed al snel over grote financiële belangen gaat.

Wet: art. 27ga AWR, art. 11, vijfde lid, onderdeel b Wet OB 1968 en art. 15, eerste lid, onderdeel a WBRV

Bron: Hoge Raad 4 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1577, 22/01246

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Interessante tips voor discussie met de Belastingdienst
Volgende artikel
Een massaal bezwaar plus-procedure voor niet-bezwaarmakers box 3

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verhuurderheffing verminderen

Vrijstelling overdrachtsbelasting bij taakoverdracht woningcomplex corporaties

De overdracht van een woningcomplex tussen twee woningcorporaties kan kwalificeren als taakoverdracht. Daardoor geldt de vrijstelling van overdrachtsbelasting.

startersvrijstelling

Geen beter alternatief voor leeftijdsgrens startersvrijstelling

Het kabinet wil bij nieuw fiscaal beleid nadrukkelijk aandacht blijven besteden aan de effecten op de woningmarkt. Staatssecretaris Eerenberg reageert op moties over de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting en de woningmarkteffecten van fiscaal beleid. In de motie van het lid Vijlbrief wordt het kabinet verzocht te onderzoeken hoe de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting effectiever kan... lees verder

Wijzigingen Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds

De Uitvoeringsregeling BTW-compensatiefonds (UR BCF) wordt gewijzigd.

zwembad

Verborgen zwembad met puin verlaagt WOZ-waarde woning

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat bij de WOZ-waardering rekening moet worden gehouden met een verborgen gebrek. Een onder kunstgras verborgen zwembad met puin drukt de waarde van de woning, ook als de eigenaar mogelijk schade op de verkoper kan verhalen.

Geen verlaagd overdrachtsbelastingtarief voor recreatiewoning

Hof Den Haag oordeelt dat een vrouw niet aannemelijk maakt dat een gekochte recreatiewoning haar hoofdverblijf is. Daarom geldt het verlaagde tarief van 2% in de overdrachtsbelasting niet en blijft het algemene tarief van 10,4% van toepassing.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×