• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Auto kan nieuw zijn ondanks kwalificatie ‘gebruikt’ in BPM besluit

21 augustus 2012 door Remco Latour

Hof Arnhem heeft geoordeeld dat het gemeenschapsrecht een personenauto niet als een gebruikte auto aanmerkt als er maar een klein aantal afleverkilometers mee is gereden en nauwelijks beschadigd is. Dit is zelfs het geval als een Nederlands besluit een personenauto als gebruikt kan aanmerken als de Nederlandse registratie volgt op de toekenning van een buitenlands kenteken.

Bij de berekening van de BPM mag men een vermindering toepassen als de desbetreffende auto kwalificeert als een gebruikte auto. Daarbij zijn de feitelijke omstandigheden van belang. Zo had een bv in 2007 een Bentley ingekocht in Duitsland en voor € 292.000 verkocht aan een Nederlander. Voor de overdracht naar Nederland had de bv de Bentley laten taxeren en registreren in Duitsland. De bv stelde dat de auto hierdoor volgens de Leidraad BPM 2006 (inmiddels vervangen door het Kaderbesluit BPM, nr. DGB/2010/1670M kwalificeerde als een gebruikte auto. Hof Arnhem constateerde dat men met de Bentley slechts een gering aantal (aflever)kilometers had gereden. Daarnaast bestond de enige beschadiging uit een kras in het lakwerk op de rechterportier. Het hof stelde dat onder deze omstandigheden het gemeenschapsrecht zo’n auto bestempelt als nieuw. Het feit dat de Leidraad BPM 2006 een auto al kon aanmerken als een gebruikte auto als de registratie van de auto in Nederland plaatsvond nadat in een andere lidstaat een kenteken was toegekend, deed daar niets aan af. De bv mocht daarom de BPM-vermindering voor gebruikte auto’s niet toepassen op de Bentley.

 

Wet: artikel 10 BPM 1992

Besluit: Leidraad BPM 2006 (oud)

Meer informatie: Hof Arnhem, 10 juli 2012 (gepubliceerd 15 augustus 2012), LJN: BX4775

Filed Under: Auto, Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
EU erfrechtverordening vereenvoudigt internationale afwikkeling nalatenschappen
Volgende artikel
Fiscus kon niet terugkomen op VAR-wuo

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

minimumbelasting

Beantwoording vragen Side-by-Side-pakket

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer de beantwoording van het schriftelijk overleg over het Side-by-Side-pakket wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

kilometervergoeding

Standpunt heretikettering bij wetswijziging privégebruik auto

De Kennisgroep winstbepaling heeft een standpunt ingenomen over de heretikettering bij wetswijziging privégebruik auto.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Opleidingen

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×