De staatssecretaris van Financiën actualiseert het beleid voor bestuurlijke boeten bij de heffing en invordering van belastingen in Caribisch Nederland. Het Besluit Bestuurlijke Boeten BES 2027 bevat onder meer aangepaste regels voor aangifte-, betalings- en opgaveverzuimen en verduidelijkt wanneer boeten kunnen worden verminderd.
Het nieuwe besluit vervangt het Besluit bestuurlijke boeten BES uit 2015. Naast redactionele wijzigingen zijn verwijzingen naar de wettelijke boetegrondslagen toegevoegd. Ook is verduidelijkt dat een boete kan worden verminderd zonder dat de belanghebbende bezwaar heeft gemaakt. Een lagere boete is mogelijk bij een wanverhouding tussen de ernst van het feit en de boete of wanneer de omstandigheden buiten de directe invloedssfeer van de belanghebbende liggen.
Voor het niet tijdig doen van aangifte voor een aanslagbelasting bedraagt de verzuimboete $ 140. Bij aangiftebelastingen blijft het eerste aangifteverzuim zonder boete; bij een volgend verzuim binnen 24 maanden bedraagt de boete $ 100. Bij niet of te late betaling bedraagt de boete 5% van de verschuldigde belasting, met een minimum van $ 100. Is te weinig betaald doordat te weinig is aangegeven, dan geldt 15%, met een minimum van $ 200.
Nieuw is een expliciete regeling voor het niet, niet tijdig of onvolledig verstrekken van bepaalde opgaven van werknemers en niet-werknemers. Bij een eerste opgaveverzuim bedraagt de boete 10% van het wettelijke maximum; bij herhaling kan het volledige wettelijke maximum worden opgelegd.
Bij vergrijpboeten geldt 25% van de boetegrondslag bij grove schuld en 50% bij opzet. Bij ernstige fraude kan dit oplopen tot 100%. Bij recidive stijgen de percentages naar respectievelijk 50% en 100%.
Bij vrijwillige verbetering geldt in beginsel een boete van 10%. Bij aangiftebelastingen blijft een boete achterwege als de alsnog betaalde belasting maximaal $ 3.000 bedraagt of minder dan 10% vormt van het eerder betaalde of terugontvangen belastingbedrag.
Inwerkingtreding: 1 januari 2027.
Bron: Besluit van 7 oktober 2026, nr. 2026-18043, Ministerie van Financiën, Stcrt. 2027, 36100





Geef een reactie