De inspecteur heeft een collectieve uitspraak gedaan op het massaal bezwaar tegen het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en enkele overige middelen vanaf 1 oktober 2020.
Aanleiding is het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, waarin het verhoogde rentepercentage onverbindend is verklaard.
Op 7 februari 2025 is een aanwijzing massaal bezwaar afgegeven voor bezwaren tegen het in rekening gebrachte verhoogde percentage belastingrente voor de Vpb en enkele andere middelen (artikel 25e AWR). Deze procedure is afgewacht in een proefprocedure (sprongcassatie) bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 7 november 2024.
In zijn arrest van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 1, letter b, Besluit belasting- en invorderingsrente (Besluit BIR) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Dit artikel regelde het verhoogde rentepercentage voor de Vpb. De Hoge Raad acht deze bepaling onverbindend en bepaalt dat zij buiten toepassing moet blijven.
Als rechtsherstel moet worden teruggevallen op de algemene regel van artikel 1, letter a, Besluit BIR. Dat betekent dat voor de Vpb en de in de aanwijzing genoemde overige middelen het reguliere (niet-verhoogde) rentepercentage moet worden toegepast, gelijk aan het percentage dat geldt voor andere belastingen.
Naar aanleiding van dit arrest verklaart de inspecteur alle onder de aanwijzing vallende bezwaren gegrond. De betrokken beschikkingen belastingrente worden binnen zes maanden na kennisgeving verminderd tot het juiste (reguliere) niveau (artikel 25e, vierde lid, AWR).
Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open.
Gevolgen voor bezwaren
Wanneer bezwaar is gemaakt en (een deel van) dat bezwaar onder de massaalbezwaarprocedure valt, volgt voor dat deel geen afzonderlijke individuele reactie. Binnen zes maanden na de collectieve uitspraak wordt een vermindering verzonden met een aangepast bedrag aan belastingrente.
Bezwaar tegen aanslag vennootschapsbelasting met belastingrente
Indien een aanslag vennootschapsbelasting is opgelegd met een onjuist hoger belastingrentepercentage en daartegen nog geen bezwaar is gemaakt, is de datum van de aanslag bepalend voor de verdere mogelijkheden.
Aanslag met dagtekening van 17 januari 2026 tot en met 7 februari 2026
Mogelijk is het onjuiste belastingrentepercentage toegepast. In dat geval is het niet nodig om bezwaar te maken. Het bedrag wordt ambtshalve hersteld en hierover volgt een afzonderlijk bericht.
Aanslag met dagtekening van 5 december 2025 tot en met 16 januari 2026
Mogelijk is het onjuiste belastingrentepercentage toegepast. Indien vermindering van de belastingrente gewenst is, dient bezwaar te worden gemaakt zolang de bezwaartermijn nog loopt. Is de bezwaartermijn verstreken, dan kan een verzoek om vermindering worden ingediend.
Aanslag met dagtekening van 4 december 2025 of eerder
Voor deze aanslagen kan het belastingrentepercentage niet meer worden aangepast.
Bron: Ministerie van Financien, Stcrt. 2026, 8286 en Belastingdienst, 25 februari 2026





Geef een reactie