De woningmarkt kan alleen uit het slop worden gehaald als er over de grenzen van afzonderlijke deelmarkten heen wordt gekeken en er duidelijke keuzes worden gemaakt.
In het rapport Perspectief op de woningmarkt laat het CPB zien dat ingrepen in één segment – bijvoorbeeld sociale huur of middenhuur – direct doorwerken in andere delen van de markt. Extra steunmaatregelen vergroten vaak de vraag naar schaarse woningen en kunnen de krapte juist verergeren, terwijl betaalbaar bouwen altijd keuzes vraagt over locatie en de inzet van subsidies.
De problemen zijn groot en breed voelbaar: meer huishoudens hebben geen woning, wonen te duur of zitten vast in een huis dat niet past bij hun levensfase. Om beter te begrijpen waarom oplossingen uitblijven, ontwikkelt het CPB een denkkader rond twee vragen: hoe wordt woonruimte verdeeld en hoe ontstaat het aanbod. Daarin staat de rol van huishoudens, ontwikkelaars en woningcorporaties centraal, en wordt uitgewerkt hoe beleid hun keuzes beïnvloedt en welke bedoelde én onbedoelde effecten dat heeft.
Aanbevelingen
Het CPB doet vier hoofdaanbevelingen. Ten eerste: beschouw de woningmarkt in samenhang, omdat toegang tot sociale huur, vrije huur en koop elkaar wederzijds beïnvloedt en maatregelen zoals de Wet betaalbare huur ook andere groepen kunnen benadelen. Ten tweede: bouw voordelen voor insiders af in plaats van steeds nieuwe steun voor nieuwe probleemgroepen toe te voegen, om kansen voor outsiders te vergroten en de vraagdruk te temperen. Ten derde: kies expliciet waar betaalbare woningen moeten komen – buitenstedelijk goedkoper maar minder gunstig gelegen, of binnenstedelijk met publieke subsidie en meer vraag naar stedelijke ruimte. Tot slot moet de woningmarkt flexibeler worden, met kortere procedures, aanpasbare bouwplannen en stabieler beleid zodat aanbod sneller kan reageren op schommelingen in de woningvraag.
Bron: CPB, 12 februari 2026



Geef een reactie