• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

De APA/ATR-praktijk: bespreking notitie MvF van maart 2017

30 mei 2017 door Michel Halters

Op 27 maart 2017 verscheen een notitie van het ministerie van Financiën over de Nederlandse rulingpraktijk. Hierin staat voor welke structuren en met welke redenen de Belastingdienst een goedkeuring of zekerheid vooraf geeft aan internationaal opererende multinationals.

In de praktijk hebben internationaal opererende ondernemingen vooraf behoefte aan zekerheid over de Nederlandse fiscale gevolgen van voorgenomen rechtshandelingen die betrekking hebben op internationale concernstructuren. De Nederlandse Belastingdienst is bereid die zekerheid te geven. Het gaat hierbij om Advance Tax Ruling (ATR) en Advance Pricing Agreement (APA). Bij ATR gaat het om het verkrijgen van zekerheid over de Nederlandse fiscale behandeling ten aanzien van een aantal onderwerpen vanwege een internationale concernstructuur. Bij APA gaat het om de goedkeuring vooraf over de vaststelling van verrekenprijzen in internationaal verband. Wij laten de APA verder onbesproken. De reden dat het ministerie bereid is vooraf goedkeuring te geven, is vooral ingegeven door economische motieven. Door investeringen van buitenlandse concerns in Nederland is er extra opbrengst in de vorm van belastingen en extra werkgelegenheid. Enkele voorgelegde structuren bespreken we hierna.

 

Tussenhoudsteractiviteiten

Veel buitenlandse multinationals houden in Nederland een tussenhoudster aan. Dit doen zij vanwege de toepassing van de deelnemingsvrijstelling voor ontvangen dividenden van buitenlandse dochters. Bij betaling aan de buitenlandse moedermaatschappij, hoeft de Nederlandse tussenhoudster geen bronbelasting in te houden als de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Bij directe belangen van de buitenlandse moedermaatschappij in een buitenlandse dochtermaatschappij is bij ontvangst van dividenden van de dochter vaak winstbelasting verschuldigd. En bij uitkering van dividenden is vaak bronbelasting aan de orde. Een speciale vorm van tussenhoudster is de structuur waarbij een multinational in Nederland gebruik maakt van een coöperatie als tussenhoudster. Een coöperatie is onder voorwaarden niet inhoudingsplichtig voor dividendbelasting. Sinds 1 januari 2012 geldt een anti-misbruik bepaling en geldt een inhoudingsplicht voor coöperaties. Dat is het geval als geen sprake is van een reële ondernemingsstructuur.

 

Kwalificatie hybride financieringsvormen en hybride entiteiten

Hybride financieringsvormen hebben kenmerken van zowel een lening als kapitaal. Daarbij kan een mismatch voorkomen tussen landen, als het ene land de rente ziet als aftrekbare rente en het andere als (onbelast) dividend. Dubbele belastingheffing of geen belastingheffing over de rente is het gevolg. Door internationale ontwikkelingen neemt het belang van rulings voor deze categorie af. Als de rente in het ene land aftrekbaar is, is de moeder/dochterrichtlijn niet meer van toepassing in het andere land, dus is daar de rente belast.

Er kan ook sprake zijn van zogeheten hybride eniteiten. Naar buitenlands recht opgerichte rechtspersonen of samenwerkingsverbanden kunnen beoordeeld naar Nederlandse maatstaven fiscaal transparant zijn. Bij een transparante entiteit worden de inkomsten rechtstreeks toegerekend aan de participanten. Bij niet-transparante entiteit kan sprake zijn van een deelneming, waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is. Bij de beoordeling van rechtsvormen kunnen mismatches voorkomen. Een samenwerkingsverband kan in het ene land kwalificeren als transparant en in het andere land als niet-transparant.

 

C.V./B.V.-structuren

Populair bij multinationals uit de Verenigde Staten zijn C.V./B.V.-structuren. Dit land kent geen deelnemingsvrijstelling. Echter, een aldaar gevestigde multinational is pas belasting verschuldigd over dividend na ontvangst van de daadwerkelijke betalingen. Bij een C.V./B.V.-structuur heeft een in de Verenigde Staten gevestigde commanditaire vennootschap (C.V.) een deelneming in een Nederlandse B.V. Een besloten C.V. is voor Nederlandse belastingdoeleinden transparant. De Nederlandse fiscus rekent betalingen aan de C.V. direct toe aan de achterliggende participanten, de groepsvennootschappen die zijn gevestigd in de Verenigde Staten. Voor de wetgeving in de Verenigde Staten is een C.V. niet transparant. Volgens die wet is de C.V. dus zelfstandig belastingplichtig. Belastingheffing in de Verenigde Staten is pas aan de orde als de C.V. daadwerkelijk tot uitkering aan de in de Verenigde Staten gevestigde groepsvennootschappen overgaat.

 

Informeel kapitaal

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad moeten op basis van het ‘at arm’s length’-beginsel voordelen die een vennootschap ontvangt vanwege aandeelhoudersmotieven voor de winstberekening worden geëlimineerd. In de notitie staan twee basisvormen, te weten informeel kapitaal in de kostensfeer en in de vermogenssfeer. Bij de eerste categorie kunt u denken aan een renteloze lening. Als het zakelijk is dat een rente zou zijn bedongen, staat de Nederlandse fiscus toe dat de vennootschap rente imputeert. Hiertegenover staat echter geen ontvangen rente bij de buitenlandse aandeelhouder. Een situatie van de tweede categorie is die waarin een Nederlandse vennootschap van haar buitenlandse aandeelhouder activa om niet of tegen een te lage vergoeding krijgt. Bij de buitenlandse aandeelhouder vindt geen heffing plaats over de waarde in het economische verkeer van het overgedragen activum, terwijl in Nederland dit activum voor de economische waarde op de balans komt te staan en de Nederlandse vennootschap hierover mag afschrijven. Ondanks dat de Nederlandse fiscus ziet dat er internationaal gezien onzakelijk is gehandeld, stelt zij de buitenlandse autoriteiten hiervan niet actief op de hoogte. In de toekomst gaat dat wel gebeuren!

 

Financierings- en royalty-activiteiten

Door het tussenschakelen van een Nederlands dienstverleningslichaam, waarvan de werkzaamheden hoofdzakelijk bestaan uit het binnen concernverband ontvangen en betalen van rente, royalty’s, huur of leasetermijnen, bespaart het concern bronheffingen. Nederland kent op voornoemde betalingen namelijk geen bronheffingen. In het buitenland kent men die wel.

 

Principaalstructuren

Bij principaalstructuren is sprake van een centraal aangestuurde organisatie, waarbij soortgelijke functies geclusterd zijn en centraal worden aangestuurd. Bijvoorbeeld centrale aansturing voor inkopen, verkopen, R&D en productie in een groot geografisch gebied. Dit centrale punt noemt men ook wel principaal. De principaal heeft recht op overwinsten en verliezen. Aan de fabrieken en verkooporganisaties komt een beperkte beloning toe. Vaak ook komen de principaalstructuren voor in combinatie met C.V./B.V.-structuren of met informeel kapitaal. In het eerste geval heeft een multinational haar verkooprechten of andere immateriële activa ondergebracht in een hybride C.V. of laag-belast buitenlands lichaam. Dit lichaam verleent Nederland het recht op te treden als principaal. De Europese omzet minus zakelijke vergoeding wordt in Nederland verantwoord. De multinational keert het meerdere uit aan de C.V. of het laag-belaste lichaam. Bij een principaalstructuur met informeel kapitaal verplaatst een multinational een substance-volle principaal activiteit naar Nederland om niet of tegen een onzakelijk lage prijs. Vanwege deze onzakelijk lage prijs is sprake van informeel kapitaal.

 

Meer informatie: De brief van het Ministerie van Financiën van 27 maart 2017 en de notitie ‘De APA/ATR-praktijk Notitie over de meest voorkomende verschijningsvormen’

Meer informatie: The Amsterdam Seminar on State Aid and Taxation in the EU – 23-6-2017

Filed Under: Internationaal & Europees recht, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Renteaftrekbeperkende maatregelen op komst
Volgende artikel
Geen arbeidskorting over beëindigingsvergoeding

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

EU-vlag

EC introduceert een nieuwe rechtsvorm

De Europese Commissie heeft een nieuwe Europese rechtsvorm voor bedrijven voorgesteld: de EU Inc. Dit zogenoemde ‘28e regime’ zal in alle 27 lidstaten gelden en moet het Europese concurrentievermogen versterken.

speciaal vignet voor grensarbeiders; coronacrisis

Bij Belgisch pensioen telt totaal brutobedrag voor drempel

Een in België wonende man ontvangt een Nederlands pensioen van ruim € 29.000 per jaar. De Hoge Raad oordeelt dat voor de drempeltoets van € 25.000 in het belastingverdrag Nederland-België het volledige brutobedrag aan pensioen en lijfrente in aanmerking moet worden genomen. Een man woont in de jaren 2014 tot en met 2017 in België... lees verder

minimumbelasting

Beantwoording vragen Side-by-Side-pakket

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer de beantwoording van het schriftelijk overleg over het Side-by-Side-pakket wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Stoomcursus Relatievermogensrecht – Civiel en fiscaal – Het hele relatievermogensrecht in één dag!

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×