• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Door onverdeeldheid beperkte toepassing eigenwoningregeling

11 oktober 2012 door Wencke van Dijk

Tussen het moment van de echtscheiding en de definitieve verdeling van de huwelijksgemeenschap zal de voormalige echtelijke woning vaak tot een onverdeeldheid behoren. De achterblijvende echtgenoot mag in dat geval niet de hele woning als eigen woning aanmerken. Dit heeft Rechtbank Breda bevestigd.

In de desbetreffende zaak bezat een echtpaar samen een eigen woning. In 2005 zetten de man en de vrouw hun huwelijk om in een geregistreerd partnerschap om dit vervolgens in hetzelfde jaar te ontbinden. De echtelijke woning was tot 2009 onverdeeld gebleven. In 2006 paste de man de eigenwoningregeling toe voor de gehele eigen woning. De inspecteur paste daarbij een correctie toe. Deze stelde dat, nu de woning tot een onverdeeldheid behoorde, de man de eigenwoningregeling slechts voor 50% kon toepassen. De rechtbank ging hiermee akkoord. Daarnaast was het zo dat de woning voor een deel werd verhuurd aan de zoon van de man. Dit deel van de woning was voorts aan te merken als een zelfstandig deel van de woning. Ook woonde de zoon daar samen met zijn gezin. Dit waren allemaal argumenten tegen de stelling van de man dat hij een gezamenlijke huishouding met zijn zoon voerde. De man kon de eigenwoningregeling uiteindelijk slechts voor 40% van de woning toepassen.

 

Wet: artikel 3:111 Wet IB 2001

Meer informatie: Rechtbank Breda, 3 augustus 2012, (gepubliceerd 5 oktober 2012), nummer 12/737, LJN: BX9256

Filed Under: Eigen woning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen beroep mogelijk tegen iedere afwijzing schadeverzoek
Volgende artikel
Vrijstelling voetballer over salaris buitenlands trainingskamp

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

startersvrijstelling

Droomwoning geen onvoorziene omstandigheid voor 2%-tarief

Het hof oordeelt dat het vinden van een ‘droomwoning’ geen onvoorziene omstandigheid is voor toepassing van het 2%-tarief overdrachtsbelasting. Daarom is het algemene tarief van 8% van toepassing en zijn naheffingsaanslagen terecht opgelegd.

woningmarkt

Hogere inkomens krijgen mogelijk meer hypotheekrenteaftrek onder kabinet-Jetten

Het kabinet-Jetten dreigt de hypotheekrenteaftrek voor hogere inkomens opnieuw te verhogen. Dat kan gebeuren doordat de aftrek sinds 2023 gekoppeld is aan het belastingtarief in de tweede schijf van de inkomstenbelasting volgens Raymond Gradus, bestuur en economie van de publieke en non-profit sector aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Appartementsrecht kwalificeert voor 70% als woning

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat een voormalig winkel-/kantoorappartement voor 70% als woning geldt voor de overdrachtsbelasting. Voor dat deel mag het 2%-tarief worden toegepast, voor het overige 30% het algemene tarief van 10,4%.

hypotheek

Beantwoording Kamervragen over aflossingsvrije hypotheken

Minister Heinen  geeft antwoord op Kamervragen over aflossingsvrije hypotheken. De vragen zijn gesteld naar aanleiding van het bericht  'Strengere hypotheekvoorwaarden Rabobank: aflossingsvrij lenen ingeperkt' in het FD.

startersvrijstelling

Standpunt fictief regulier voordeel en woningschuld van in buitenland wonend verbonden persoon

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 4.14a, zesde lid, juncto artikel 4.14b, eerste lid, Wet IB 2001, de schuld van een in het buitenland wonende verbonden persoon een eigenwoningschuld kan zijn als bedoeld in artikel 3.119a Wet IB 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass in de Eigenwoningregeling

AGENDA

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Webinar zzp dossier, wanneer is er wel of niet sprake van schijnzelfstandigheid?

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×