• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Eis mantelzorgcompliment geen inbreuk op eigendomsrecht

22 mei 2014 door Marieke Jansen

Bij toepassing van de partnervrijstelling door een inwonende mantelzorger is een mantelzorgcompliment vereist. Deze eis wordt gesteld om de controleerbaarheid en uitvoerbaarheid te waarborgen en is niet in strijd met het EVRM of IVBPR, zo oordeelde Rechtbank Gelderland.

Deze zaak werd aangespannen door een dame die als mantelzorger samenwoonde met haar vader tot hij in 2011 overleed. In de aangifte voor de erfbelasting deed zij een beroep op de partnervrijstelling. De inspecteur was echter van mening dat zij daar geen recht op had, omdat zij in het jaar voor het overlijden van haar vader geen mantelzorgcompliment had genoten. De rechtbank oordeelde dat de eis van een mantelzorgcompliment geen ongerechtvaardigde inbreuk vormde op het eigendomsrecht van de dochter. Met de uitbreiding van het partnerbegrip tot inwonende kinderen die mantelzorg verlenen, is aangesloten bij het criterium van het mantelzorgcompliment. Dit om de regeling controleerbaar en uitvoerbaar te houden.

Deze conclusie lijkt haaks te staan op die van Rechtbank Oost-Nederland op 28 februari 2013, waarin wel een inbreuk op eigendomsrecht werd geconstateerd. In dat geval was er echter geen mogelijkheid geweest om een mantelzorgcompliment te verkrijgen. Die situatie deed zich in deze zaak niet voor. Hoewel er voor de jaren 2010 en 2011 een overgangsrecht geldt waardoor een compliment niet per se vereist is, was deze niet van toepassing omdat er geen CIZ-indicatie aanwezig was.

Wet: artikel 32 SW, artikel 19a WMO, Besluit 28 mei 2013, nr. BLKB2013/909M

Meer informatie: Rechtbank Gelderland, 13 mei 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3057

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Participant in fonds was IB-ondernemer
Volgende artikel
Deadline 1 april voor belastingaangifte niet langer heilig?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Stoomcursus Relatievermogensrecht – Civiel en fiscaal – Het hele relatievermogensrecht in één dag!

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Stoomcursus Estate planning praktisch ingezet

Verdiepingscursus Aangifte erfbelasting

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×