• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Via herziening kan niet alsnog btw worden teruggevraagd

19 september 2022 door Michel Halters

bouwgrond

Mr. drs. Wilbert Nieuwenhuizen geeft zijn pre-commentaar op een arrest van de Hoge Raad van 16 september 2022. In navolging van HvJ EU oordeelt de Hoge Raad dat een ondernemer zijn recht op aftrek van voorbelasting niet alsnog via de herzieningsregeling geldend kan maken.

Een ondernemer bracht bij de aanschaf in 2006 van tien percelen grond op een vakantiepark, de aan hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet in aftrek. Het beoogde belaste gebruik, het bouwen van stacaravans voor de verkoop, heeft uiteindelijk ook niet plaatsgevonden. In 2013 verkocht hij twee van de tien percelen belast terug aan de oorspronkelijke verkoper. De inspecteur hief de verschuldigde omzetbelasting van de ondernemer na. Hij had deze belasting niet op aangifte voldaan. Belanghebbende was van mening dat hij zijn in 2006 niet-geclaimde recht op aftrek van voorbelasting voor de twee terug geleverde percelen alsnog in 2013 kon effectueren via de herzieningsregeling.

Oordeel hof

Hof Arnhem-Leeuwarden (NTFR 2019/535) heeft het standpunt van de ondernemer bevestigd. De staatssecretaris is in cassatie gegaan.

Oordeel HvJ EU

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 26 maart 2021 (NTFR 2021/1069) prejudiciële vragen aan het HvJ EU gesteld. Bij arrest van 7 juli 2022 (NTFR 2022/2984) heeft het HvJ EU overwogen dat de herzieningsregeling niet van toepassing is wanneer de belastingplichtige heeft verzuimd het recht op aftrek van btw uit te oefenen en dit recht heeft verloren vanwege het verstrijken van een vervaltermijn.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad verklaart in onderhavig arrest het cassatieberoep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden gegrond. De Hoge Raad handhaaft de verzuimboete zoals deze door het hof is verminderd, vanwege een pleitbaar standpunt. De Hoge Raad wijst vergoeding wegens immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de ondernemer daar niet om heeft verzocht. Ook vermindert de Hoge Raad de boete niet vanwege overschrijding van de redelijke termijn, omdat de boete minder bedraagt dan € 1.000.

Commentaar mr. drs. Wilbert Nieuwenhuizen

Taxence vroeg mr. drs. Wilbert Nieuwenhuizen, onder andere belastingadviseur (btw-specialist) bij btw-adviseurs.nl, docent bij de Universiteit Amsterdam en Raadsheer-plv Gerechtshof Den Haag, om een reactie op dit arrest.

De Hoge Raad volgt – uiteraard – het in deze zaak gewezen arrest van het Hof van Justitie van 7 juli 2022, C-194/21 (NTFR 2022/2984). Artikel 15, lid 4, Wet OB kan alleen ingeroepen worden wanneer zich wijzigingen voordoen die tot een herziening van het al dan niet genoten aftrekrecht moeten leiden. Doen zich geen wijzigingen voor en is dus het aftrekrecht niet tijdig geëffectueerd, dan heeft een belastingplichtige zijn aftrekrecht in beginsel verspeeld. Btw-voorbelasting kan dan slechts geclaimd worden in het aangiftetijdvak waarin deze in rekening is gebracht. Artikel 15, lid 4, Wet OB is dus geen spijtoptanten-bepaling die alsnog een aftrekrecht toekent in een later tijdvak. Is er echt recht op aftrek, dan zal de Belastingdienst die op basis van een suppletie-aangifte nog wel bereid zijn deze alsnog te willen accepteren in het juiste tijdvak, mits maar niet de vijfjaarstermijn is verstreken.

Richtlijn: art. 184 en 185 Btw-richtlijn

Wet: art. 15 lid 1 en art. 15 lid 4 Wet OB

Bron: Hoge Raad 16 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1116, 19/01427

Binnenkort verschijnt een uitgebreid commentaar van mr. drs. Wilbert Nieuwenhuizen in het NTFR. Nog geen abonnee? Klik dan hier om 3 maanden kennis te maken met NTFR.

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Invoering Horizontale accijnsrichtlijn 2020 vertraagd
Volgende artikel
Verzoek is vereist voor immateriële schadevergoeding

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

ijssalon fiscale eenheid

Fiscale eenheid OB door financiële en organisatorische verwevenheid

Het hof oordeelt dat een holding en haar dochtermaatschappij een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. De verhuur van een pand en inventaris leidt tot niet-verwaarloosbare economische betrekkingen, zodat ook aan dit vereiste is voldaan.

ministerie financien

Planningsbrief Financiën 2026

De minister en staatssecretarissen van Financien hebben de planningsbrief 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit staat onder meer op de agenda.

btw

Pensioenfonds verricht verzekeringsdienst en mist btw-aftrek

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat een ondernemingspensioenfonds met zijn basisregeling een verzekeringsdienst verricht. Daardoor geldt de btw-vrijstelling en bestaat geen recht op aftrek van voorbelasting.

Belaste verhuur werkkamer mogelijk ondanks beperkt privégebruik

Het hof oordeelt dat de verhuur van een werkkamer en garage in een woning een economische activiteit vormt en dat kan worden geopteerd voor belaste verhuur. Beperkt privégebruik staat niet in de weg aan aftrek van voorbelasting voor zover het gebruik zakelijk is.

Medische vrijstelling geldt voor inzet praktijkondersteuners

Het hof oordeelt dat de inzet van praktijkondersteuners door een zorggroep kwalificeert als medische zorg en niet als het ter beschikking stellen van personeel. Daardoor geldt de medische btw-vrijstelling en is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus ViDA – btw in het digitale tijdperk

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×