• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Voormalig certificaathouder aansprakelijk voor vpb-schulden

30 april 2021 door Michel Halters

beheervergoeding vakantiepark eigenaren

Een aandeelhouder of certificaathouder van een vennootschap kan aansprakelijk zijn voor de verschuldigde vennootschapsbelasting van de vennootschap na vervreemding van zijn belang. Hij is niet aansprakelijk als de niet betaling van de vennootschapsbelasting hem niet valt te verwijten.

Een man hield indirect 24,75% in een bv en 24,95% in een andere bv. De mede-aandeelhouders waren zijn broer en zijn moeder. Die bv’s exploiteerden recreatieparken. In 2008 verkochten de bv’s de recreatieparken voor € 4,6 miljoen. In de aangiften vennootschapsbelasting over 2008 namen de bv’s herinvesteringsreserves op. De Belastingdienst heeft de aangiften vennootschapsbelasting gecorrigeerd, de herinvesteringsreserves accepteerde de Belastingdienst niet. Op 30 september 2011 vervreemdde de man zijn indirecte belang in de twee bv’s aan een derde. Ook de andere indirecte belangen van de broer en de moeder werden vervreemd. De ontvanger heeft de man in 2015 aansprakelijk gesteld voor 24,75%, respectievelijk 24,95% van de onbetaald gebleven aanslagen vennootschapsbelasting van de twee bv’s.

Het geschil

Bij Hof Arnhem-Leeuwarden is in geschil of de man terecht door de ontvanger aansprakelijk is gesteld voor zijn indirecte aandelen in de bv’s voor de onbetaald gebleven aanslagen vennootschapsbelasting.

Materieel verschuldigde vennootschapsbelasting

De man is van mening dat de Belastingdienst hem niet voor alle schulden aansprakelijk kan stellen, maar alleen voor zover deze zijn geformaliseerd. Het hof stelt vast dat aan de voorwaarden voor aansprakelijkstelling is voldaan. De bezittingen van de vennootschap bestaan in belangrijke mate uit beleggingen. De (indirect) aandeelhouder heeft de aandelen vervreemd. En het vermogen van de vennootschap is in de vijf jaar voorafgaand aan de aandelenoverdracht verminderd. Die vermindering is niet door normale bedrijfsuitoefening ontstaan. Het hof is het niet eens met de man dat het voor de aansprakelijkstelling alleen gaat om reeds geformaliseerde aanslagen vennootschapsbelasting. Het gaat om materieel verschuldigde vennootschapsbelasting aan het eind van het jaar 2011 van de twee bv’s.

Persoonlijk verwijt

De man is volgens het hof niet aansprakelijk als hij kan aantonen dat hem geen verwijt valt te maken. De ontvanger heeft uitgebreid beschreven wat er met de verkoopopbrengst van de recreatieparken is gebeurd. Er is ruim € 4 miljoen onder onzakelijke voorwaarden en zonder noodzaak overgemaakt naar gelieerde vennootschappen. Vennootschappen die werden beheerst door de man en zijn familie. Ook zijn de vorderingen van de bv’s op de gelieerde vennootschappen tegen onzakelijke voorwaarde overgegaan op een door de man en zijn familie beheerste holding. Het hof is op grond hiervan van oordeel dat het onbetaald blijven van de aanslagen vennootschapsbelasting mede te wijten is aan het gedrag van de man. Het hof heeft de aansprakelijkstellingen gehandhaafd, ook voor de broer en de moeder van de man.

Wet: art. 40 IW 1990 (tekst 1 januari 2015)

Bron:

  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2021 (gepubliceerd 30 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:3823, 19/00481 en 19/00482
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2021 (gepubliceerd 30 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:3822, 19/00479 en 19/00480
  • Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 april 2021 (gepubliceerd 30 april 2021), ECLI:NL:GHARL:2021:3824, 19/00483 en 19/00484

Filed Under: BV & DGA, Fiscaal nieuws, Formeel belastingrecht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Verleng het bijzonder uitstel van betaling
Volgende artikel
TVL grote ondernemingen begin mei beschikbaar

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

parkeren eigen terrein

Aanmaningskosten terecht ondanks ontbrekende MijnOverheid-notificatie

Plaatsing van een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de berichtenbox van MijnOverheid geldt als geldige bekendmaking, ook als de belastingschuldige geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Aanmaningskosten zijn dan terecht in rekening gebracht.

souvenir

Schaduwboekhouding maakt omkering bewijslast terecht

Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de in een schoudertas aangetroffen schaduwboekhouding rechtmatig is verkregen. Dit rechtvaardigt omkering en verzwaring van de bewijslast en een redelijke schatting van de omzet over heel 2018.

Ontbonden stichting blijft bestaan bij aanwezige baten

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een ontbonden stichting niet is opgehouden te bestaan als achteraf nog baten blijken te bestaan en het vermogen niet is vereffend. De Vpb-aanslagen zijn daarom tijdig en rechtsgeldig bekendgemaakt.

contant geld

Besluit mbt boetes overtreding verbod op contante betalingen vanaf € 3.000

Dit besluit wijzigt het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector, het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 en het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf € 3.000. Het besluit regelt met name de handhaving en sanctionering van dit verbod.

Hoge Raad

Rechter mag proceskostenvergoeding fors matigen zonder toelichting

De Hoge Raad oordeelt dat de rechter ruime vrijheid heeft om proceskostenvergoedingen te matigen. De rechter hoeft de omvang van die matiging niet afzonderlijk te motiveren.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Verdiepingscursus DGA-advisering

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

AGENDA

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Nationaal Btw Congres 2026

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

Online cursus Auto van de zaak

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×