Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat voor het vormen van een onderhoudsvoorziening geen piekvereiste geldt. Ook hoeft de voorziening niet beperkt te blijven tot grootonderhoud volgens het BNB 1981/1-criterium.
Een woningcorporatie met ruim 33.000 verhuureenheden en circa 600 wooncomplexen neemt in haar aangifte vpb 2016 een onderhoudsvoorziening op van € 142.669.765. De voorziening is gebaseerd op technische complexanalyses (TCA’s) per complex en ziet op planmatig (groot)onderhoud en extra onderhoud bij mutaties. Na een boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de volledige voorziening. Partijen sluiten een vaststellingsovereenkomst om uitsluitend de principiële rechtsvragen voor te leggen. In hoger beroep is in geschil of voor het vormen van een onderhoudsvoorziening een zogenoemd piekvereiste geldt en of moet worden aangesloten bij het criterium voor groot onderhoud uit HR 20 augustus 1980 (BNB 1981/1). De aanslag vpb 2016 is vastgesteld naar een belastbaar bedrag van € 130.849.319.
Geen piekvereiste bij voorziening
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat voor het vormen van een onderhoudsvoorziening uitsluitend de zogenoemde Baksteencriteria gelden: oorsprong, toerekening en redelijke mate van zekerheid. Tussen partijen is niet in geschil dat aan deze voorwaarden is voldaan. Volgens het hof biedt het Baksteenarrest geen aanknopingspunt voor een extra eis dat de onderhoudsuitgaven in enig jaar substantieel hoger moeten zijn dan gemiddeld (het piekvereiste). Ook latere rechtspraak ondersteunt zo’n aanvullende voorwaarde niet. Het hof wijst erop dat een kostenegalisatiereserve (KER) – waarvoor wel een piekvereiste geldt – wezenlijk verschilt van een voorziening. Een KER is een winstbestemmingsreserve op grond van de wet, terwijl een voorziening vreemd vermogen vormt en is gebaseerd op goedkoopmansgebruik en het matchingbeginsel.
Ook geen beperking tot ‘groot onderhoud’
De inspecteur stelt daarnaast dat alleen voor ‘niet jaarlijks tot uitgaven leidend onderhoud, mits relatief van enige betekenis’ een voorziening mag worden gevormd, onder verwijzing naar BNB 1981/1. Het hof volgt dit niet. Dat arrest ziet op de KER en niet op een onderhoudsvoorziening. De Baksteencriteria bevatten geen beperking tot specifiek groot onderhoud of tot niet-jaarlijkse uitgaven van enige omvang. Nu aan die criteria is voldaan, mag de woningcorporatie per 31 december 2016 een onderhoudsvoorziening vormen van € 54.287.525. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.
Wet: art. 8 Wet Vpb 1969 jo. art. 3.25 Wet IB 2001
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 24-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3707, 23/551 | NDFR




Geef een reactie