• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Lucratief belang valt niet onder arbeidsartikel verdrag

13 februari 2026 door Sharog Susani

Dividend en vervreemdingswinst uit een lucratief belang van een in Duitsland wonende werknemer vallen onder het dividend- en vermogenswinstartikel van het verdrag, niet onder het arbeidsartikel.

Een man woont sinds 1996 in Duitsland en is in 2018 verdragsinwoner van Duitsland. Tot en met 30 september 2018 werkt hij in dienstbetrekking bij een in Nederland gevestigde bv. Hij houdt één certificaat van een gewoon aandeel (0,5%) in die bv. Dit belang kwalificeert als een direct gehouden lucratief belang in de zin van artikel 7.2, lid 2, onderdeel c, en lid 3 jo. artikel 3.92b Wet IB 2001. In 2018 ontvangt hij € 1.883.697 aan dividend, waarop 15% dividendbelasting is ingehouden, en realiseert hij bij verkoop van het belang een vervreemdingswinst van € 5.183.962. De inspecteur betrekt 76,6% van het totale voordeel in de heffing als resultaat uit overige werkzaamheden in de aanslag IB/PVV 2018. In geschil is welke verdragsbepaling van het belastingverdrag Nederland-Duitsland 2012 van toepassing is.

Dividend en winst: artikel 10 en 13 Verdrag

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch sluit aan bij het oordeel van de rechtbank. Het dividend valt onder art. 10 van het verdrag, omdat sprake is van inkomsten uit aandelen die recht geven op een aandeel in de winst. Dat Nederland het dividend nationaal belast als resultaat uit overige werkzaamheden, doet voor de verdragskwalificatie niet ter zake.

De vervreemdingswinst valt onder artikel 13, lid 5, van het verdrag. Aandelen worden niet genoemd in de leden 1 tot en met 4, zodat de restbepaling geldt en het heffingsrecht in beginsel toekomt aan de woonstaat. Het hof verwijst daarbij ook naar het OESO-commentaar, waarin is bevestigd dat vermogenswinsten op aandelen onder deze bepaling vallen.

Geen toepassing arbeidsartikel

Volgens de inspecteur is sprake van loon in de zin van artikel 14, lid 1, van het verdrag (onzelfstandige arbeid), omdat het lucratief belang een beloning voor arbeid zou zijn. Het hof volgt dat niet. De voordelen uit het lucratief belang worden nationaal belast als resultaat uit overige werkzaamheden of – bij keuze – als inkomen uit aanmerkelijk belang, maar niet als loon uit dienstbetrekking.

Ook uit het OESO-commentaar volgt dat na verkrijging en uitoefening van aandelen(opties) latere waardestijgingen worden genoten in de hoedanigheid van aandeelhouder en onder het vermogenswinstartikel vallen. Toepassing van het arbeidsartikel zou leiden tot een verschuiving van heffingsrechten tussen Nederland en Duitsland en is in strijd met een grammaticale uitleg en de goede verdragstrouw. Het hoger beroep van de inspecteur is ongegrond.

Wet: art. 7.2 jo art. 3.92b Wet IB 2001; art. 10, art. 13 en art. 14 Verdrag Nederland-Duitsland 2012

Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 28-01-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:189, 24/454 | NDFR

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen volwaardig Europees alternatief voor Microsoft 365 voor Belastingdienst
Volgende artikel
Geen piekvereiste voor onderhoudsvoorziening woningcorporatie

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

extra handels barrieres nederlandse ondernemers buitenland

Vietnam toegevoegd aan ‘zwarte lijst’ van EU

De Europese Raad heeft 2 landen – de Turks- en Caicoseilanden en Vietnam – toegevoegd aan de EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied (zwarte lijst). Daarnaast heeft de Raad 3 landen – Fiji, Samoa en Trinidad en Tobago – van de lijst geschrapt omdat zij nu aan alle overeengekomen internationale normen voldoen. Er staan nu 10 jurisdicties op de lijst. Update van de EU-lijst (bijlage I)... lees verder

luxemburg

Inhoudingsvrijstelling geweigerd bij misbruik Moeder-dochterrichtlijn

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een Luxemburgse tussenhoudster is tussengeschoven om Nederlandse dividendbelasting te ontlopen. De inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB 1965) is daarom terecht geweigerd wegens misbruik van Unierecht.

Standpunt kwalificatie Ierse DAC

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Ierse Designated activity company limited by shares vergelijkbaar is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×