Hof Amsterdam vernietigt vergrijpboeten 2016 en 2017 omdat de inspecteur niet overtuigend heeft aangetoond dat sprake is van grove schuld bij belanghebbende. Het meest waarschijnlijke scenario is onvoldoende; het moet het enig mogelijke scenario zijn.
Een vrouw krijgt over 2016 tot en met 2019 navorderingsaanslagen ib/pvv en Zvw opgelegd. Ook worden vergrijpboeten voor 2016 en 2017 opgelegd. Op 22 maart 2020 woedde brand in haar woning waarbij de politie contant geld tot € 131.005 aantrof. De inspecteur concludeert dat € 102.220 (het totale bedrag minus geschat spaargeld van € 28.784) resultaat uit overige werkzaamheden betreft en verdeelt dit over de jaren 2015 tot en met 2020. De vrouw stelt dat het geld van haar zoon is en uit erfenissen komt. In geschil is of de navorderingsaanslagen en vergrijpboeten terecht zijn opgelegd.
Navorderingsaanslagen redelijk geschat
Hof Amsterdam oordeelt dat de vrouw niet overtuigend heeft aangetoond dat de correcties onjuist zijn. De informatiebeschikking is onherroepelijk geworden, waardoor de bewijslast is omgekeerd. Verklaringen van de dochter en ex-man wijzen op eigendom door de vrouw. Haar verhaal over erfenissen is niet onderbouwd en wordt tegengesproken door gegevens over vliegbewegingen en money transfers. De inspecteur heeft het resultaat redelijk verdeeld over de jaren.
Grove schuld niet overtuigend bewezen
De inspecteur slaagt er niet in om overtuigend aan te tonen dat sprake is van grove schuld. De feiten rechtvaardigen weliswaar dat het meest waarschijnlijke scenario is dat het geld aan de vrouw toebehoorde, maar rechtvaardigen niet dat dit buiten redelijke twijfel vaststaat als het enig mogelijke scenario. Het hof vernietigt daarom de vergrijpboeten voor 2016 en 2017.
Wet: art. 27e en art. 67e AWR
Bron: Gerechtshof Amsterdam, 26-06-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3600, 24/3188 t/m 24/3195 | NDFR





Geef een reactie