• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

KGS BOR en verwerping, heffing artikel 30 SW 1956

24 november 2023 door Anne-Marie Noordenbos

bank; zekerheidsstelling

De Kennisgroep successiewet heeft een vraag beantwoord over de toepassing van artikel 30 SW 1956 bij verwerping van een nalatenschap, waarvoor de BOR-vrijstelling kan gelden.

Een erflater heeft in zijn testament bepaald dat zijn kind (enig) erfgenaam is. Het kind verwerpt de nalatenschap. Tot de nalatenschap behoort een onderneming en het verwerpende kind had een geslaagd beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956 kunnen doen. Na de verwerping verkrijgt een kleinkind van de erflater als erfgenaam de onderneming. Het kleinkind doet een beroep op de BOR.

Vraag

Hoe wordt bij toepassing van artikel 30 van de Successiewet 1956 omgegaan met de BOR, indien een erfgenaam diens nalatenschap waartoe ondernemingsvermogen behoort, verwerpt en deze nalatenschap vervolgens door een ander -die de BOR toepast- wordt verkregen?

Antwoord

Bij toepassing van artikel 30 SW 1956 wordt de heffing van erfbelasting zoals die plaats zou vinden zonder verwerping, vergeleken met de heffing zoals die plaatsvindt na de verwerping. Hierbij wordt er van uitgegaan dat  op zowel de verkrijging door de verwerper als die door de uiteindelijke erfgenaam de BOR van toepassing is. Tevens wordt er voorshands vanuit gegaan dat de verwerper voldoet aan het voortzettingsvereiste van artikel 35e SW 1956. Als de uiteindelijke erfgenaam niet aan het voortzettingsvereiste voldoet, wordt de vergelijking gemaakt waarbij zowel voor de verwerper als de uiteindelijke erfgenaam de BOR niet van toepassing is.

Bron: Belastingdienst, 24 november 2023

Leergang Erfrecht | start 11 januari 2024

Wil je voor dit – voor jouw cliënt emotionele en belangrijke – rechtsgebied een solide basis leggen waarop je kunt voortborduren? Dan is de 5-daagse Leergang Erfrecht perfect voor jou. Deze leergang telt 5 dagdelen (in totaal 5 x 4 uur). Naast het erfrecht besteden we aandacht aan de relatievermogensrechtelijke aspecten die van belang zijn voor het erfrecht.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
KGS vergoeding wettelijke rente teruggaaf invorderingsrente en vervolgingskosten
Volgende artikel
KGS dubbele belastingheffing bij deelname in fiscaal niet-transparante GmbH & Co

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

PE-Pitstop Optimaliseren bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Verdiepingscursus Erven en schenken

Leergang Erfrecht

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×