• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

KGS kwalificerende binnenlandse bijheffing veiligehavenregel

17 januari 2025 door Anne-Marie Noordenbos

multinational Wet Vpb

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de toepassing van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veiligehavenregel uit artikel 8.13 Wmb 2024.

Specifiek is de vraag of een incidenteel afwijkend verslagjaar van een in Nederland gevestigde groepsentiteit van een multinationale groep, ten gevolge van oprichting, juridische fusie of liquidatie gedurende het verslagjaar, tot gevolg heeft dat sprake is van een afwijkend verslagjaar ten opzichte van het verslagjaar zoals dat is toegepast in de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep waartoe zij behoort, zoals bedoeld in artikel 8.13, vierde lid, onderdeel b, Wmb 2024.

Een in Nederland gevestigde groepsentiteit voldoet aan de voorwaarden van artikel 8.13, derde lid, van de Wet minimumbelasting 2024 en berekent haar binnenlandse bijheffing op basis van de lokale financiële verslaggeving. Het voornemen bestaat om de in Nederland gevestigde groepsentiteit gedurende het verslagjaar juridisch te fuseren of te liquideren, waardoor zij in de loop van het verslagjaar ophoudt te bestaan en haar verslagjaar in dat betreffende jaar incidenteel zal afwijken van het verslagjaar van de geconsolideerde jaarrekening van haar uiteindelijke moederentiteit. Op basis van artikel 8.13, vierde lid, aanhef en onderdeel b, Wmb 2024 moet de kwalificerende binnenlandse bijheffing alsnog berekend worden op basis van de financiële verslaggevingsstandaard van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit (of een andere geaccepteerde of geautoriseerde verslaggevingsstandaard overeenkomstig artikel 6.1, tweede lid, Wmb 2024), indien het verslagjaar van de lokale financiële verslaggeving afwijkt van het verslagjaar van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

Vraag

De vraag komt op of de in Nederland gevestigde groepsentiteit in het jaar van de juridische fusie of liquidatie kan voldoen aan de voorwaarden van de kwalificerende binnenlandse bijheffing veiligehavenregel uit artikel 8.13 Wmb 2024. Specifiek is de vraag of de in Nederland gevestigde groepsentiteit de binnenlandse bijheffing dient te blijven berekenen op basis van de lokale financiële verslaggevingsregels wanneer – als gevolg van de voltooiing van een juridische fusie of de liquidatie gedurende dit verslagjaar – haar verslagjaar incidenteel afwijkt van het verslagjaar dat in geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep is toegepast. Deze vraag zou ook kunnen opkomen wanneer ten gevolge van oprichting van een in Nederland gevestigde groepsentiteit een incidenteel afwijkend eerste verslagjaar ontstaat ten opzichte van het verslagjaar van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit.

Antwoord

Ja. Als het verslagjaar van een Nederlandse groepsentiteit – als gevolg van bijvoorbeeld oprichting, fusie of liquidatie – incidenteel afwijkt van het verslagjaar in de geconsolideerde jaarrekening van de groep, dan blijft voor de berekening van de kwalificerende binnenlandse bijheffing in dat verslagjaar gebruik gemaakt worden van de lokale financiële verslaggevingsregels. Er is in dat geval geen sprake van een afwijkend verslagjaar als bedoeld in dat artikel 8.13, vierde lid, onderdeel b, Wmb 2024.

Bron: Belastingdienst, 17 januari 2025

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Na het volgen van deze Masterclass heb je een goed beeld van de inhoud en de structuur van de Pillar 2-regels, het concept van de berekening van de Pillar 2 effectieve winstbelastingdruk (inclusief een basisbegrip van Tax Accounting), zodat je in de praktijk de korte- en langetermijnverplichtingen alsmede de vraagpunten kunt herkennen en de regels kunt toepassen. 

Meer informatie en inschrijven

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Wijziging besluit vrijgestelde beleggingsinstelling
Volgende artikel
Rechtbank bevestigt correcties privégebruik auto

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

wet minimumbelasting 2024

OESO publiceert nieuwe afspraken over Pijler 2

De OESO heeft een nieuw pakket met afspraken gepubliceerd over de wereldwijde minimumbelasting voor grote internationale bedrijven. Het pakket moet ervoor zorgen dat landen de regels zoveel mogelijk op dezelfde manier uitvoeren. Ook moet het bedrijven meer zekerheid geven en de administratieve lasten beperken.

rentevergoeding

Totale vergoeding bepaalt zakelijkheid concernfinanciering

Hof Den Haag oordeelt dat de totale vergoedingen voor verschillende kredietfaciliteiten binnen een concern te hoog zijn. Bij de beoordeling van de zakelijke rente mag worden uitgegaan van de totale kosten van de faciliteit en van marktgegevens die bij het aangaan van de financiering beschikbaar waren.

belastingverdrag

Internetconsultatie wijziging fiscaal verdragsbeleid ten aanzien van betalingen voor diensten

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart over een wijziging van het het fiscaal verdragsbeleid ten aanzien van betalingen voor diensten (op basis van het bruto-inkomen).

eu proof

Kwartaalrapportage lopende EU-wetgevingsvoorstellen Financiën Q2 2026

Minister Heinen heeft de Kwartaalrapportage Q2 2026 van Financiën naar de Tweede Kamer gestuurd.

Prejudiciële vraag HR over verlies heffingskorting box 3

De Hoge Raad vraagt het HvJ of de Nederlandse volgorde bij verrekening van buitenlandse bronbelasting in strijd is met het vrije kapitaalverkeer. Door deze volgorde kan een belastingplichtige heffingskortingen verliezen bij beleggingen in buitenlandse aandelen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Pillar 2: Wet Minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Internationale aspecten van Nederlandse belastingwetgeving

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Cursus Contracteren en managen van AI-systemen | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×