• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Meerwaardeclausule in combinatie met landbouwvrijstelling

27 november 2018 door Remco Latour

Agrarische ondernemers hebben te maken met de landbouwvrijstelling, waardoor de waardeveranderingen van hun landbouwgrond in beginsel buiten hun belaste resultaat blijven. Dit kan ook gevolgen hebben voor de afhandeling van een zogeheten meerwaardeclausule.

Vrijgestelde winst landbouwgrond

Voor agrarische ondernemers gelden enkele fiscale faciliteiten. Een daarvan is de landbouwvrijstelling. Op grond van deze regeling zijn agrarische ondernemers geen inkomsten- of vennootschapsbelasting verschuldigd over een deel van de waardeveranderingen van gronden. Hieronder vallen ook de ondergronden van gebouwen. Het vrijgestelde deel betreft het deel dat men kan toerekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer als de ondernemer de grond blijft gebruiken in het kader van een landbouwbedrijf. De waardeontwikkeling mag niet zijn ontstaan in de uitoefening van het bedrijf. Maar de landbouwvrijstelling heeft ook een keerzijde. Als sprake is van een waardedaling in plaats van een waardestijging, is de waardedaling niet aftrekbaar.

 

Begrip landbouwbedrijf

In het kader van de landbouwvrijstelling definieert de fiscus een landbouwbedrijf als een bedrijf dat is gericht op:

  • het voortbrengen van producten van akkerbouw;
  • het voortbrengen van producten van weidebouw;
  • het voortbrengen van producten van tuinbouw. De Belastingdienst rekent daartoe ook fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen, bloembollen en paddenstoelen;
  • het in het kader van veehouderij fokken, mesten of houden van dieren.

Binnenvisserij en visteelt worden gelijkgesteld met het landbouwbedrijf. Zijlstra merkt op dat een ondernemer ook de landbouwvrijstelling kan toepassen als het landbouwbedrijf niet zijn enige bedrijf is. Natuurlijk is de vrijstelling wel beperkt tot de grond die voor het landbouwbedrijf wordt gebruikt. Mocht er twijfel zijn of nog wel sprake is van een landbouwbedrijf voor de landbouwvrijstelling, dan kan men volgens Zijlstra wellicht met een ander indeling van de onderneming de landbouwvrijstelling veilig stellen.

 

Zonneweides

Op het ogenblijk is veel vraag naar grond voor zonnepanelen, waarmee men zogeheten zonneweides kan exploiteren. Potentiële exploitanten van zonneweides proberen daarom grondposities vast te leggen. In Groningen is bijvoorbeeld zo’n 7000 tot 10.000 hectare op die manier “gereserveerd”. De verwachting is dat hooguit 10% daadwerkelijk de bestemming van zonneweide krijgt. Wanneer de exploitant van de zonneweide zijn recht uitoefent, krijgt de agrariër die de grond ter beschikking stelt een vergoeding voor zijn medewerking. Deze vergoeding behoort trouwens tot de winst uit onderneming. Daarnaast komt de vraag op of na de vestiging van zo’n opstalrecht het bedrijf van de agrariër nog kwalificeert als landbouwbedrijf. Zijlstra legt uit dat het landbouwbedrijf blijft bestaan zo lang de ondernemer nog voldoende grond voor het landbouwbedrijf gebruikt. Er moet dus een substantieel deel overblijven.

 

Meerwaardeclausule

De landbouwvrijstelling speelt ook een rol bij de afhandeling van een zogeheten meerwaardeclausule. Als een agrarische ondernemer zijn bedrijf overdraagt aan een van zijn kinderen om dit bedrijf voort te zetten, bedingt hij daarbij vaak een meerwaardeclausule. Dat betekent dat de overdrager en/of zijn andere kinderen meedelen in de meerwaarden die de bedrijfsopvolger realiseert. Of dit beding ziet op de meerwaarde op het moment van overname of op de meerwaarde op het moment van realisatie, hangt af van de overeengekomen voorwaarden. In de praktijk komen de partijen vaak een vaste meerwaarde overeen. Het is gebruikelijk dat een meerwaardeclausule tien tot vijftien jaar duurt. Als de realisatie van de meerwaarde later plaatsvindt, komt deze dan alleen aan de ondernemer toe.

 

Fiscale gevolgen meerwaardeclausule voor betaler

Als de bedrijfsovernemer de meerwaarde realiseert en moet verdelen op grond van de meerwaardeclausule, heeft dit de nodige fiscale gevolgen. Als de bedrijfsoverdrager het bedrijf destijds heeft doorgeschoven, mag de bedrijfsovernemer de meerwaardevergoeding alleen aftrekken voor zover deze ziet op een waardestijging die na de overname heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt als de onderneming is overgedragen tegen een onzakelijke waarde. Bij een ruisende overdracht tegen zakelijke waarde mag de bedrijfsovernemer de betaalde meerwaardevergoeding aftrekken. Echter, voor zover de meerwaarde betrekking heeft op landbouwgrond, is de betaling evenmin aftrekbaar op grond van de landbouwvrijstelling.

 

Fiscale gevolgen meerwaardeclausule voor ontvanger

Als de bedrijfsoverdrager de onderneming fiscaal geruisloos heeft doorgeschoven, is de latere ontvangst van de meerwaardeclausulevergoeding onbelast. De vergoeding is wel belast als geen doorschuiving heeft plaatsgevonden. Volgens Zijlstra valt te beargumenteren dat deze vergoeding onbelast is voor zover zij betrekking heeft op landbouwgrond. De landbouwvrijstelling zou dan in werking treden. Maar de Belastingdienst zou hierover van mening kunnen verschillen. Is de ontvanger van de vergoeding niet de bedrijfsoverdrager, maar een van zijn andere kinderen? Dan is de vergoeding niet belast omdat geen sprake is van een bron van inkomen. De inspecteur zal de vergoeding wel aanmerken als een schenking van de ouders onder opschortende voorwaarde.

 

Wet: art. 3.12 Wet IB 2001

 

Meer weten?

Donderdag 4 april 2019 verzorgt drs. Petrus de PE-Pitstop Fiscaal agrarische actualiteiten. > Meer informatie en aanmelden.

Filed Under: Estate Planning, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
In lijfrente omgezette oudedagsreserve moet uit Zvw
Volgende artikel
Steeds minder erfbelasting betaald

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Terugschenkafspraak kan renteaftrek familiehypotheek kosten

Een terugschenkafspraak bij een familiehypotheek kan de hypotheekrenteaftrek kosten.

echtscheiding

Uitkering bij scheiding uit huwelijkse voorwaarden is schenking

Een in huwelijkse voorwaarden opgenomen uitkering bij echtscheiding vormt een schenking onder opschortende voorwaarde. De vrijstelling voor het voldoen aan een natuurlijke verbintenis is niet van toepassing.

Late verrekening lijfrente na scheiding blijft belast

Een bedrag dat een vrouw ruim twintig jaar na haar echtscheiding ontvangt ter verrekening van verzwegen lijfrentepolissen, is belast in box 1. Het lange tijdsverloop en het feit dat de lijfrente al volledig is uitgekeerd, maken dat niet anders.

contant geld

A-G: liquide middelen holding geen ondernemingsvermogen zonder functie

A-G Koopman concludeert dat liquide middelen en effecten van een holding niet tot het ondernemingsvermogen behoren als zij geen concrete functie vervullen binnen de onderneming.

Coalitie verdeeld over papieren schenkingen

De Tweede Kamer wil voorkomen dat kleine spaarders en beleggers opdraaien voor de kosten van de hervorming van de belasting op vermogen in box 3. Een ruime meerderheid roept het kabinet daarom op om onder meer naar de erf- en schenkbelasting te kijken voor alternatieve dekking. Ook de coalitiepartijen D66 en CDA steunen die oproep,... lees verder

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Online cursus Familiestichting en family governance | PE Accreditatie

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

AGENDA

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen | PE Accreditatie

Masterclass Management- en werknemersparticipatie | PE Accreditatie

Verdiepingscursus Internationale estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Erfrecht | PE Accreditatie

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten | PE Accreditatie

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren | PE Accreditatie

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR) | PE Accreditatie

Online cursus De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal | PE Accreditatie

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×